© EFE

Troubleyn en Jan Fabre: “We betreuren deze aanval via de media”

Vzw Troubleyn en Jan Fabre namen, vlak voor de aangekondigde publicatie, kennis van de open brief verspreid door het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen in naam van enkele voormalige leden van het gezelschap.

Er wordt ons verweten ongepast gedrag te hanteren en bovendien wordt gesteld dat het gezelschap in die situaties niet correct zou handelen. We betreuren deze aanval via de media, aangezien er op deze manier een oneerlijk publiek proces wordt gevoerd. Jan Fabre wordt aan de schandpaal genageld, zonder enige vorm van verdediging op basis van anonieme getuigenissen en moeilijk te controleren beweringen.

Het gezelschap werd niet op voorhand gecontacteerd door het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen voor een gesprek hierover, noch door de initiatiefnemers van de open brief. We hebben geen kennis van de identiteit van de ondertekenaars van de brief, maar nodigen hierbij zowel hen als het instituut uit om hierover een sereen en open gesprek te voeren, in plaats van dit via de media te doen.

Door de grote media-aandacht in 2017 op vlak van grensoverschrijdend gedrag in de culturele sector wereldwijd, besloten we net zoals veel andere organisaties vorig jaar om proactief de bestaande interne procedures opnieuw te bekijken en aan te scherpen.

In de open brief lezen we verschillende verhalen over de omgangsstijl van Jan Fabre. Het is geen geheim dat Jan een uitgesproken karakter heeft en direct kan overkomen als regisseur. Dat betekent echter niet dat er ook sprake is van seksueel overschrijdend gedrag.

We vragen en krijgen als gezelschap veel van onze vrouwelijke én mannelijke acteurs en dansers, waardoor we hoogstaand en radicaal theater kunnen maken. Tijdens een artistiek proces kom je soms op gevoelig terrein: wat wel kan voor de ene acteur of danser, kan niet voor de andere.

Er is echter wel een duidelijke grens die we bij Troubleyn stellen: alles moet gebeuren met wederzijdse toestemming en respect. Wij dwingen niemand om bepaalde zaken te doen die voor hem of haar als grensoverschrijdend worden ervaren. Deze basisfilosofie passen we al 40 jaar toe en hebben we intern uitdrukkelijk herhaald naar aanleiding van de media-aandacht in 2017.

Troubleyn betwist de insinuaties dat ongepast gedrag toegedekt zou worden. In de brief wordt gesteld dat er geen open cultuur bestaat om dit bespreekbaar te maken. Dat klopt niet. Bovendien voorziet ons arbeidsreglement de mogelijkheid om intern de vertrouwenspersoon te raadplegen of extern beroep te doen op de preventiedienst IDEWE.

Troubleyn staat open voor een rechtstreeks en sereen debat met de betrokkenen. We vinden het vreemd dat het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, die optreedt als spreekbuis, ervoor kiest om haar bemiddelende rol niet op te nemen en deze brief zonder voorafgaand contact met het gezelschap meteen in de media te laten publiceren.

Meer over Jan Fabre