© Shutterstock

“Meisjes en jongen beschikken in kleuterklas over evenveel wiskundige vaardigheden”

Op kleuterleeftijd beschikken meisjes en jongens over evenveel elementaire wiskundige vaardigheden. Dat jongens op het einde van de lagere school op vlak van wiskunde beter scoren en nadien meer kiezen voor een STEM-richting zoals wiskunde, exacte wetenschappen en techniek is dus niet het gevolg van aanleg. Dat blijkt uit het onderzoek door professor Bert De Smedt van de Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek van de KU Leuven.

Aan dit onderzoek participeerden verspreid over 17 scholen 410 kinderen uit de tweede kleuterklas. Elke kleuter moest onder andere acht wiskundige testjes oplossen zoals voorwerpen tellen, cijfers benoemen, getallen ordenen en eenvoudige sommen oplossen. Individueel werden grote verschillen vastgesteld. Tussen jongens en meisjes werden echter voor geen enkele van de acht onderzochte taken significante verschillen geregistreerd.

“Dat jongens vaker de eindtermen voor wiskunde halen is dus niet het gevolg van een verschil in aangeboren vaardigheden”, aldus Bert De Smedt. Uit het Vlaams peilingsonderzoek van 2016 bleek dat jongens uit het zesde leerjaar van de lagere school gemiddeld meer dan 10 procent beter scoorden dan meisjes. Voor ‘getalwaarden en gelijkwaardigheid’ bijvoorbeeld was dat 82 versus 70 procent. In vergelijking met de peiling van 2009 was het verschil nog toegenomen.

De vraag naar het waarom jongens op het einde van de lagere school beter scoren op vlak van wiskunde blijft onbeantwoord. “Het is mogelijk dat bepaalde stereotypen zoals ‘meisjes hebben minder interesse in wiskunde’ hierin een rol spelen. Onbewust kunnen deze veronderstellingen leiden tot lagere verwachtingen ten aanzien van meisjes”, aldus De Smedt die er daarom voor pleit om zowel in het onderwijs als in de opvoeding bewuster om te gaan met deze stereotypen.

Meer over Onderwijs