Infectie reden nummer één voor bezoek huisartsenwachtpost

Print
Infectie reden nummer één voor bezoek huisartsenwachtpost

Foto: RR

In huisartsenwachtposten zijn de meest gestelde diagnoses nagenoeg allemaal infectieziekten, is het aandeel erg kleine kinderen groot en staan antibiotica aan de top van de meest voorgeschreven geneesmiddelen. Dat blijkt uit gegevens van de databank iCAREdata, een project van UAntwerpen.

De databank iCAREdata van het Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de Universiteit van Antwerpen bundelt informatie van huisartsenwachtposten, spoeddiensten en apothekers. Onderzoekers Hilde Philips en Stefaan Bartholomeeusen gingen aan de slag met de data van 2017 en deden enkele opmerkelijke vaststellingen. Zo was in 2017 een acute infectie van de bovenste luchtwegen veruit de meest gestelde diagnose in de negen onderzochte huisartsenwachtposten. De top vijf bestaat zelfs uitsluitend uit infecties: maag-darmontstekingen, acute bronchitis, blaasontstekingen en seizoensgriep vervolledigen de lijst.

Het antibioticum amoxicilline was het meest voorgeschreven geneesmiddel. “Dat heeft te maken met de hoge frequentie van infectieziekten in de wachtposten”, stelt Bartholomeeusen. De pijnstiller paracetamol komt op de vierde plaats, maar dat is waarschijnlijk een onderschatting, omdat veel mensen dat medicijn al in huis hebben.

De wetenschappers zien ook dat het aandeel kinderen tussen 0 en 4 jaar groot is bij de wachtposten. “Die groep bedraagt 13,11 procent, terwijl deze leeftijdscategorie slechts 5,28 procent vertegenwoordigt in het hele Vlaamse gewest”, zegt Philips. De huisartsenwachtposten krijgen in het weekend het grootst aantal patiënten over de vloer tussen 9 en 14 uur. Het piekmoment valt tussen 10 en 11 uur. Doel is om op termijn alle Vlaamse wachtposten aan te sluiten op iCAREdata. “Analyses van die data zullen ons leren hoe we de gezondheidszorg beter kunnen organiseren”, zeggen de onderzoekers. “Zo zullen we de gezondheidszorg buiten de kantooruren kunnen optimaliseren en op die manier nog beter aan de noden van de patiënt kunnen beantwoorden.”