Vakantie

COLUMN. Er bestaan twee soorten motorrijders.

Print
COLUMN. Er bestaan twee soorten motorrijders.

Foto: Ben Roelants

Ben Roelants reist voor de zender Evenaar de wereld rond. Elke twee weken biedt hij ons hier een blik in zijn hoofd.

16u34

Ik word gewekt door het schrapende geluid van mijn helm die over het asfalt glijdt. Eenmaal mijn ogen geopend zijn besef ik wat er gebeurd is. Ik word boos en sla woedend met mijn vuist op het wegdek.

16u35

Ik kruip recht en kijk achterom. De dame in de Zafira vraagt me of alles ok is. “Uiteraard”, antwoord ik, terwijl ik een aantal stukken van de koplamp van mijn Triumps Speed Triple 1050 opraap. Ik voel een stekende pijn in mijn linkervoet. De blikken van de automobilisten spreken boekdelen: ze kijken me allemaal verbijsterd aan, alsof ze een geest gezien hebben. Ik til mijn motor op. Daarnet verpletterde die mijn been nog, toen we ons aan een sierlijk walsje waagden, langs grote opleggers en gigantische rubberen banden. Alweer, die stekende pijn.

16u36

Een motorrijder houdt halt, klikt zijn systeemhelm omhoog. Het lijkt alsof hij plaatsvervangende pijn voelt, afgaand op zijn verkrampte blik. “Gaat het?” Ik tracht hem in de ogen te kijken, maar zijn gezicht lijkt uit allerhande pixels te bestaan. Bovendien dansen zijn neus, mond en wenkbrauwen in het rond. Is dit nu hoe een tripje op LSD voelt? Ik zeg hem dat het best gaat. Wanneer hij weg rijdt, verdwijnt hij halverwege uit mijn gezichtsveld. Ik check of mijn ogen nog wel goed in hun kassen zitten. “Het komt wel goed! Het komt goed!”, zeg ik tegen mezelf. De Triumph start als vanouds en draait als een naaimachine, vreemd genoeg komt zij hier wél bijna helemaal ongehavend uit.

 

16u52

Ik schreeuw het uit van de pijn wanneer mijn kloppende voet van 3de naar 4de versnelling schakelt.

 

17u30

Ik zit op de spoed. De foto’s verraden al veel: een gebroken hielbeen, gekneusde enkel, diepe scheur aan de heup, waar de verpleegster op dit eigenste moment met een pincet de steentjes uit peutert. “Het valt wel mee.” , tracht ze me te sussen terwijl ik de pijn verbijt. Als ze wat later mijn voet in het gips wikkelt, daagt het bij me dat we onze agenda moeten omgooien. De reizen naar Zwitserland, Duitsland, Frankrijk… die kunnen we nu moeilijk ondernemen. Want ik krijg verplichte rust voorgeschreven.

 

18u30

Eenmaal thuis gooi ik de nieuwssites open via mijn laptop. Ik lees dat de spoorwegbonden alweer acties ondernemen de komende dagen. “Zo komen we er dus nooit.”, zeg ik bij mezelf. De reden waarom ik ooit met de motor begon te rijden, is omdat ik het beu was om in de files te staan. Maar tegelijk was ik deel van het probleem. “Je bent zo kwetsbaar.” “Het is zo gevaarlijk!”, de waarschuwingen waren woorden in de wind voor me. Ik zou bewijzen dat het anders kan. Aan het einde van mijn opleiding zei mijn examinator: “Er zijn twee soorten motorrijders: zij die gevallen zijn en zij die nog moeten vallen.”. Sinds vorige week maak ik deel uit van die eerste club, na 10 jaar. Maar met de verkeersconstipatie van de afgelopen jaren én met een openbaar vervoer dat enkel in het nieuws komt wanneer ze er alweer eens de stekker uit trekken, zie ik me genoodzaakt om zelfs met een gehavende voet, er mindens nog eens 10 jaar bij te doen. Zij het dan wel met grote achteruitkijkspiegels deze keer...

 

Niet te missen