© BELGAONTHESPOT

De Mévius loopt voetbreukje op bij spectaculaire crash en past voor Corsica

Guillaume de Mévius en zijn corijder Louis Louka (Peugeot 208 T16) zijn zondag tijdens een testrit op Corsica zwaar gecrasht. De wagen tuimelde 80 meter diep het ravijn in. De Mévius houdt er een lichte voetbreuk aan over. Louka kwam met de schrik vrij. De Peugeot 208 T16 is totaal vernield waardoor het duo deze week niet start in de vierde manche van het WRC 2.

“Ik heb geen verklaring voor wat er gisteren gebeurd is”, zegt De Mévius. “Het gebeurde bij het begin van de testsessie. De banden waren nog koud en ik heb me laten verrassen. Met de voorkant van de wagen kwamen we heel even in het gras terecht en voor we het goed en wel beseften, lagen we in het ravijn. We maakten een kleine fout maar de gevolgen zijn zeer groot. Toen we uit de wagen kropen, beseften we niet meteen wat er gebeurd was. Vandaag dringt het wel door. We zijn heel goed weggekomen.”

“Dit is onze twee crash op rij. Enkele weken geleden botsten we in Spa op een boom en nu dit”, gaat de rallyrijder verde. “Dit is me nooit eerder overkomen. Ik ben ontgoocheld in mezelf en ik merk dat er rondom ons ook heel wat mensen ontgoocheld zijn. Het is hard maar we moeten verder. Thierry Neuville is vorige week ook gecrasht. Corsica straft de kleinste fout meteen af. Het kan de beste overkomen. Ik heb een goed contact met Thierry maar ik heb hem niet over onze crash gesproken. Hij is bezig met zijn wedstrijd. Dat is nu het belangrijkste.”

Het is een half mirakel dat De Mévius en Louka ongeschonden uit de wagen zijn gekomen. “Alles voelt vandaag wat strammer aan. Behalve dat heb ik ook een kleine breuk in de rechtervoet”, zegt Guillaume de Mévius. “We wilden vandaag de verkenningen afwerken om zo toch ervaring op te doen met het oog op de toekomst maar na 20 km heb ik de wagen aan de kant moeten zetten. Ik heb te veel pijn aan mijn rechtervoet en kan niet met de wagen rijden. We keren nu terug naar België waar we eind van de maand deelnemen aan de rally van Wallonië.”