© Tom Palmaers

Laatste woord van Renaud Hardy: “Stuur me alstublieft niet terug naar de gevangenis”

In plaats van zijn spijt te betuigen, ratelde Renaud Hardy in zijn laatste woord over de slechte omstandigheden in de gevangenis, complotten tegen hem, en de slechte behandeling die hij kreeg in alle gevangenissen. “In Merksplas had ik een bed dat doorzakte, geen stoel, geen schrijfgerief, niets. In Sint-Gillis had ik niet eens een rollator. Ik zat er dag en nacht op een stoel, veertien dagen lang. Ik zat ook eens zonder pillen en ik kan niet zonder pillen. Of ze bonkten voortdurend op mijn deur zeven weken lang en lachten mij uit.”

Maaike Floor

Alleen zijn eerste zinnen gingen heel even over de nabestaanden. “Wat een ravage. Aan de kleindochter van mevrouw Walschaerts: ik heb alle begrip voor uw woede. De leegte bij u, elke dag, elk uur, elke minuut.” En nadat de voorzitter hem had herinnerd aan de bedoeling van het laatste woord, namelijk om iets over de feiten te zeggen, zei Hardy: “De feiten zijn de feiten. Ik heb gemoord en mensen afgeslacht, door de cocktail van de medicatie tegen Parkinson, de cocaïne en Doris, die mij liet zitten. U kunt zich niet voorstellen hoe dat voor mij was.”

Daarna volgde opnieuw een warrig verhaal over alles wat er in de gevangenis gebeurd was, dat hij uiteindelijk abrupt afbrak. Hardy vroeg wel nadrukkelijk om hem niet naar de gevangenis te sturen. “Ik zal de slachtoffers vergoeden, ik heb 126.000 euro opzij gezet, maar stuur mij niet naar de gevangenis.”

Tijdens zijn laatste woord verlieten meerdere nabestaanden demonstratief de zaal, de deur knalde hard dicht.

De jury ging om half één in beraad over de schuldvraag. De jury moet antwoord geven op 25 schuldvragen over de twee moorden, twee moordpogingen, twee verkrachtingen met foltering en de geestestoestand van Renaud Hardy.

Meer over Renaud Hardy