Malinovskyi krijgt bemoedigend woordje voor elke match: “Maar denk niet dat hij ooit luistert”

Als voetbalvrouw hoort de wekelijkse wedstrijd tot het vaste repertoire van Roksana Malinovskyi. Afgelopen zondag trok KRC Genk naar Charleroi, en als steun en toeverlaat van Ruslan trok de jonge vrouw mee. De match eindigde met een 1-1 gelijkspel. “Het was toch niet slecht”, klinkt het bij Roksana. “Maar wel heel erg koud!”

hvv

“Het was niet het beste resultaat, maar ook niet het slechtste. Het was vooral heel erg koud, mijn neus was helemaal rood en mijn handen bevroren (lacht). An, de vrouw van assistent-coach Daerden, en ik waren samen naar Charleroi gegaan. Ik had wel erg naar de wedstrijd uitgekeken omdat het in Charleroi eigenlijk allemaal begonnen is voor Ruslan. Enkele jaren geleden speelde hij in het kader van de Europa League een wedstrijd tegen de ploeg. Hij kon twee keer scoren en zijn team won. Zo heeft hij voor het eerst de aandacht van enkele Belgische teams getrokken. Enkele maanden later heeft Genk voorgesteld om hem te lenen van zijn toenmalige club, zo zijn we hier terechtgekomen. Dus voor mij was het sowieso een erg speciale wedstrijd.”

Dat zo’n matchdag spannend is lijkt ons vanzelfsprekend. Het zijn die negentig minuten waar elke week zo hard naartoe gewerkt wordt. “Toch doen we eigenlijk niets speciaals. Ruslan probeert zoveel mogelijk te rusten en een frisse neus te halen. Van de hele dag binnen te zitten word je suf, da’s geen goed begin van een wedstrijd. In de dagen voor een match let ik altijd extra op wat we eten. We proberen het altijd wel zo gezond mogelijk te doen, maar dan probeer ik nog minder vetten te gebruiken. Voor Ruslan maak ik dan wat meer koolhydraten klaar. Zodat hij veel kracht heeft om te presteren op het veld. Als hij vertrekt om te gaan spelen probeer ik altijd nog een bemoedigend woordje in te fluisteren. Ik heb wel geen idee of hij er ook ooit naar luistert, denk van niet!” (lacht)

Is Roksana zelf elke wedstrijd van de partij? “Ik probeer het wel! Thuis ben ik er altijd bij, maar uit lukt het niet elke keer. Er zijn wel heel veel steden en stadions die ik graag wil zien. De volgende uit-wedstrijd tegen Oostende of Brugge wil ik zeker meegaan. En een match in het Koning Boudewijnstadion, dat moet echt de kers op de taart zijn. Dus ik ga extra hard supporteren voor de halve finales van de bekerwedstrijd, zodat Ruslan en zijn team de finale in Brussel kunnen spelen. Dat zou erg leuk zijn! Dan kunnen we met alle vrouwen samengaan en naar de wedstrijd kijken. In Genk zitten we vaak niet samen om naar de match te kijken, we zitten erg verspreid. Spijtig aan de ene kant, want het is altijd gezellig samen. Maar eigenlijk is het maar beter zo. We praten echt te veel anders. (lacht) Als we niet samenzitten dan kan ik me veel beter focussen op de match, en beter supporteren. Da’s wat echt telt! Achteraf komen we dan allemaal samen en kunnen we bijkletsen. Ideaal!”