COLUMN - DUCHÂTELETOP VRIJDAG

Tijd voor onze politici om te beseffen dat “jobs, jobs, jobs” een verouderde zienswijze is op de economie. Toegevoegde waarde, dát is belangrijk.

Print

duchâtelet op vrijdag

Tijd voor onze politici om te beseffen dat “jobs, jobs, jobs” een verouderde zienswijze is op de economie. Toegevoegde waarde, dát is belangrijk.

Roland Duchâtelet

Onze regering is erg trots dat er jobs bijkomen. Maar welke jobs zijn dat dan? De gebouwen van Ford Genk worden op dit ogenblik afgebroken, Opel in Antwerpen ging ervoor al dicht en Renault in Brussel werd 20 jaar geleden gesloten. Hopelijk loopt het goed af met Volvo Gent na de recente staking. Nieuwe chemische fabrieken zijn er ook niet, net zo min als productie van telecommunicatie-apparaten. Waar zitten ze eigenlijk, die nieuwe jobs?

Uit een analyse van de tewerkstelling in 2016 in vergelijking met 2008 op de website van NP DATA blijkt dat de tewerkstelling in absolute aantallen een beetje gestegen is, maar per inwoner is ze verminderd: van 34,6 naar 33,9 procent van de bevolking. Het aandeel daarin van de mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks voor de overheid werken is gestegen, van 15,1 tot 15,6 procent van de bevolking. De ‘niet-publieke’ tewerkstelling is gedaald van 19,5 naar 18,3 procent van de bevolking.

Er zijn daarnaast 700.000 voltijdse zelfstandigen, van wie weinigen voor de publieke sector werken. Hun aantal is licht gestegen bij de vrije beroepen (vooral advocaten) en in de bouw. In de bouw vervangen nieuwe ondernemers uit het oosten van Europa werknemers van hier.

De stijging van tewerkstelling deed zich vooral voor in de zorgsector en het onderwijs, met jobs die gesubsidieerd worden en dus netto geen belastingen opbrengen maar belastingen kosten. De ‘niet-publieke’ tewerkstelling ging achteruit: er was een grote daling in de productieve jobs, deels goedgemaakt door een stijging in administratieve en ondersteunende diensten (met 32 procent of 87.000 (!) mensen). Dat laatste heeft te maken met de aangroei van regelgeving van de Europese, federale, regionale, provinciale en gemeentelijke overheden. Bijkomende regels en controles aan de privézijde vergen extra juridische en technische specialisten die de bedrijven tegen fouten (en boetes) beschermen.

Onze maatschappij blijkt in het huidige wettelijk-fiscaal kader niet meer in staat om ‘productieve’ jobs te creëren. Dat is geen ramp indien we stoppen om tewerkstelling te zien als de voornaamste bron van belastingen. Daarnaast is het belangrijk dat onze overheid de economie teruggeeft aan de privésector. In het begin van vorige eeuw was het overheidsbeslag op de economie minder dan 10 procent, nu is dat 54 procent. We zijn dus een meer dan half communistisch land geworden. In belangrijke economische sectoren zoals zorg, onderwijs, evenementen en personenvervoer concurreert onze overheid met de privésector waardoor die zich niet kan ontwikkelen. Het probleem daarbij is dat de ‘netto belastingen’ wel moeten komen uit de toegevoegde waarde die in de privésector ontstaat.

Tijd voor onze politici om te beseffen dat “jobs, jobs, jobs” een verouderde zienswijze is op de economie. Toegevoegde waarde, dát is belangrijk.