DE KERN

Limburgse jongeren zijn niet dommer dan West-Vlamingen, maar we missen duidelijk iets

Print
Limburgse jongeren zijn niet dommer dan West-Vlamingen, maar we missen duidelijk iets

Liliana Casagrande

De slaagcijfers van de toelatingsproef voor arts zijn iets om ons voor te schamen. Limburg bengelt alweer onderaan, alleen Brussel scoort nog slechter. West-Vlaanderen is twee keer zo sterk. Vorig jaar had Limburg de kloof met de andere provincies nochtans gedicht. Toen durfde minister Crevits nog geen victorie kraaien. Maar goed ook, want we gaan dit jaar terug naar af. Als we naar de absolute aantallen kijken, dan merk je pas hoe groot dat verschil met West-Vlaanderen wel is. Aan het examen hebben niet veel meer West-Vlamingen (843) dan Limburgers (732) deelgenomen. Toch levert hen dit straks 200 artsen op en Limburg maar 100. Tegen dat die afstuderen, blijven er nog wel enkelen in Leuven, Gent of Antwerpen plakken. Dat betekent dat we toch moeten opletten of we kampen straks in Limburg met een tekort en moeten die slimme West-Vlamingen ons redden.

Minister Crevits is de spelregels voor die toelatingsproef aan het veranderen. Maar goed ook, want sinds de invoering van dat examen een jaar of 20 geleden, zijn er veel dromen aan diggelen geslagen. Veel jongeren met de juiste talenten zijn gezakt voor die test. Vanaf volgend jaar zal er op voorhand worden bepaald voor hoeveel studenten er plaats is. Van alle kandidaten wordt vervolgens een ranking gemaakt. De besten zullen starten. Het woord ‘buizen’ is dus niet meer van toepassing. Maar niet in de hitlijst staan, is al even erg. Hoe dit in de praktijk zal uitdraaien, is nog onduidelijk. Het kan beter worden voor Limburg, maar het kan ook slechter, denkt Piet Stinissen, decaan Geneeskunde van de Universiteit Hasselt. In elk geval zijn Limburgse jongeren niet dommer dan West-Vlamingen. Maar we missen duidelijk iets. Ambitie? Doorzettingsvermogen? Geloof in ons eigen kunnen? Of gewoonweg goede scholen? Het aantal scholen dat geregeld een flinke groep leerlingen richting examen stuurt, is al beperkt. En het zijn ook vaak leerlingen van dezelfde scholen die slagen. Soms heeft het ook gewoon te maken met één leerkracht. In het Agnetencollege in Peer zorgt de leraar chemie al jaren voor slaagcijfers van gemiddeld 60 procent. Dat is dus vier keer hoger dan de Limburgse score van dit jaar. Zijn formule is eenvoudig, maar erg intensief: zorg dat je in het middelbaar al zeer goede cijfers haalt voor wetenschappen, doe mee aan alle mogelijke Olympiades van fysica, wiskunde en biologie en ga dieper dan het officiële leerplan. Zijn leerlingen zijn niet slimmer, ze hebben niet meer geluk, ze hebben het vraagstuk ‘toelatingsproef’ op de juiste manier ontleed, ingevuld en opgelost. Als we die formule nu 732 keer vermenigvuldigen, dan slaagt volgend jaar iedereen.