Sanne Cant: “Ik wil mijn regenboogtrui zo veel mogelijk tonen”

Print
Sanne Cant: “Ik wil mijn regenboogtrui zo veel mogelijk tonen”

Foto: foto Joren De Weerdt

Sanne Cant kroonde zich in het Luxemburgse Bieles voor het eerst in haar carrière tot wereldkampioene in het veld. “Ik heb nu die trui beet, dat is al een hele opluchting. Uiteraard, er mogen er altijd nog een paar bij”, lachte ze, “maar deze heb ik alvast te pakken en ik wil die komende winter zoveel mogelijk tonen.”

Sanne Cant heeft een uitstekende zomer achter de rug, zo maakte ze begin augustus nog deel uit van de Belgische selectie voor het EK wielrennen op de weg in Herning en bouwde ze sindsdien verder voort met het oog op de winter. “Ik heb een prima zomer in de benen. Het is moeilijk in te schatten, maar ik denk dat ik verder sta dan vorig jaar”, aldus de wereldkampioene. “Vorig jaar begon ik wat aarzelend door omstandigheden, maar sinds Gieten stond ik er helemaal.”

De voorbije jaren boekte Cant om en bij de twintig zeges. De wereldtitel in Luxemburg was vorig seizoen de kers op de taart. “Winnen wordt ieder jaar moeilijker aangezien de top breder wordt. Het is moeilijk om in te schatten wie me voornamelijk zal bestoken omdat wij crossers elkaar niet vaak zien tijdens de zomer. Ik weet niet hoe sterk Sophie de Boer is of Thalita de Jong is of welke progressie Laura Verdonschot heeft gemaakt. Daarom kijk ik uit naar de start zondag in Eeklo, dan weet je meteen wat iedereen waard is. Zelf wil ik iedere cross scoren en een evenaring van het voorbije seizoen zou uiteraard geweldig zijn”, vertelt Cant die voor het eerst de nieuwe winter mag starten in de regenboogtrui. “Die trui geeft mij tonnen motivatie. Het seizoen starten als wereldkampioene, met al dat aangepast regenboogmateriaal, is speciaal, maar extra druk voel ik niet. Integendeel, ik heb nu die trui te pakken, na jarenlang knokken en dat betekent heel wat. En ook over prijzengeld hoef ik me geen druk te maken (na het WK was er een akkefietje over prijzengeld met een veldritorganisator, nvdr). De onderhandelingen liepen goed en ik word beter vergoed. Daar ben ik blij om.”