Bom van 400 miljoen euro onder Belgisch voetbal: clubs riskeren jarenlange ‘onrechtmatige staatssteun’ te moeten terugbetalen

Print
Bom van 400 miljoen euro onder Belgisch voetbal: clubs riskeren jarenlange ‘onrechtmatige staatssteun’ te moeten terugbetalen

Een beeld uit de topper Club Brugge - Anderlecht op zondag 14 mei 2017. Anderlecht en Club Brugge zijn de twee clubs die het meeste voordeel deden. Foto: BELGA

Een fiscale maatregel die de Belgische voetbalclubs de voorbije negen jaar meer dan 400 miljoen euro opleverde, riskeert als een boemerang in het gezicht van ons voetbal terecht te komen. De Belgische overheid meldde de steunmaatregel nooit aan bij Europa, waardoor die als onwettig kan worden beschouwd. “In het slechtste geval moeten de clubs die ‘onrechtmatige staatssteun’ volledig terugbetalen”, concludeert Dimitri Thijskens, die zijn masterscriptie aan de KU Leuven aan deze discutabele gunstmaatregel wijdde.

Een goedbedoelde maatregel dreigt onze clubs erg zuur te kunnen opbreken. Sinds 2008 worden voetbal-, basketbal- en volleybalclubs voor tachtig procent vrijgesteld van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing. Dat is het belastinggeld dat elke werkgever afhoudt op het loon van zijn werknemers.

Het gevolg is dat Belgische clubs veel hogere nettolonen kunnen betalen dan de concurrenten in de buurlanden. Vorig seizoen spaarden de clubs op jaarbasis zo’n 60 miljoen euro uit. 70 procent daarvan komt ten goede aan de eersteklassers en liefst 40 procent gaat naar de Grote Vijf – Anderlecht, AA Gent, Club, Genk en Standard. Omdat die clubs de hoogste lonen betalen.

Bom van 400 miljoen euro onder Belgisch voetbal: clubs riskeren jarenlange ‘onrechtmatige staatssteun’ te moeten terugbetalen
Dimitri Thijskens. Foto: pdk

Extra geld voor jeugdwerking

De wet kwam er omdat parlementsleden iets wilden doen aan de toevloed van middelmatige buitenlanders in onze nationale competitie. Tot 2008 werden buitenlandse spelers belast aan een tarief van 18 procent, terwijl voor Belgische spelers wel de volle pot moest worden betaald. Om die discriminatie weg te werken, beslisten parlementsleden om álle sportclubs vrij te stellen van 80 procent van de bedrijfsvoorheffing. Niet alleen voor buitenlanders, maar voor iedereen.

Aan de wet waren wel voorwaarden verbonden. Zo moest het uitgespaarde geld gedeeltelijk geïnvesteerd worden in de jeugdwerking. Clubs konden er jeugdtrainers mee betalen, of het loon van spelers jonger dan 23. Het doel was nobel: jong Belgisch talent meer kansen geven en de toevloed van goedkope buitenlanders stelpen.

Negen jaar later hebben de clubs zo een pak geld kunnen uitsparen. “Het gaat over een totaal van minstens een half miljard euro voor alle sportclubs samen, en 400 miljoen euro voor de voetbalclubs”, aldus Dimitri Thijskens, die in het kader van zijn rechtenstudie aan de KU Leuven zijn masterscriptie aan dit onderwerp wijdde.

Maar het beoogde doel – meer jonge Belgen, minder buitenlanders – is niet volledig bereikt. “Er staan weliswaar meer jeugdtrainers op de loonlijsten van de clubs, maar het aantal buitenlanders blijft stijgen”, zocht Thijskens uit. Van 50 procent in 2008 naar zo’n 60 procent vandaag.

Los van de ongewenste neveneffecten is er nog een ander, veel acuter probleem. De Belgische overheid verzuimde de fiscale gunstmaatregel voor de sportclubs aan te melden bij de Europese overheid, waardoor die de facto onwettig is. “Bizar, zeker omdat de Belgische overheid dit eerder wel deed voor gelijkaardige regelingen voor onderzoekers en in het kader van nacht- en ploegenarbeid. Waarna op vraag van Europa deze regeling zelfs nog lichtjes werd bijgeschaafd”, aldus nog Thijskens. “Het volstaat nu dat een buitenlandse voetbalclub een klacht indient bij de Europese Commissie, waarop die een onderzoek moet instellen.” De Duitse Bundesliga stelde zich enkele jaren geleden trouwens al ernstige vragen over het Belgische systeem.

Zou Europa straks toch besluiten dat de Belgische overheid de sportclubs onrechtmatig gesubsidieerd heeft, dan riskeren de clubs de volle 400 miljoen euro te moeten terugbetalen. Voor Anderlecht alleen al zou het gaan om een bedrag dat kan oplopen tot 70 miljoen . Ter vergelijking: het jaarbudget van paars-wit bedraag 45 miljoen.

Hoe groter de club, hoe meer voordeel

Sinds het invoeren van de steunmaatregel in 2008 zijn er al aardig wat miljoenen teruggevloeid naar de profclubs. Hieronder hebben we voor de huidige eersteklassers opgelijst over hoeveel geld het precies gaat. Het mag niet verwonderen dat het vooral de vijf grootste clubs van het land – de G5 – zijn die met het leeuwendeel aan de haal gaan. Zij betalen ook de hoogste lonen.