Graffiti op zaterdag

Het vel van de beer

Print
Het vel van de beer

Foto: LD

Aflevering nr. 1400 - Op het strandje lag een dode zeehond. De afgerukte helft met het hoofd een eind verwijderd van het staartdeel. Het bloederige werk van een ijsbeer. Dankzij de koude viel de geurhinder mee.

* * *

De ijsbeer is het grootste roofdier op aarde. Een mannetje kan tot 2 meter 60 worden, exemplaren van 4 meter komen ook voor. In tegenstelling tot andere polaire gebieden, stijgt op Spitsbergen de ijsbeerpopulatie. Volgens het ‘Norsk Polarinstitutt’ leven er nu meer dan drieduizend dieren. Omdat er in zijn biotoop zo goed als niets groeit, is de ijsbeer 100% carnivoor. Aan een zeehond per week heeft hij genoeg – hij peuzelt alleen het vet op en laat het vlees liggen. Af en toe staat groter wild op het menu, een rendier of walrus, soms ook een mens.

* * *

Het kostte moeite om de Zodiac-rubberboot voor het strandje met ankers vast te leggen – de stroming bleef het vaartuigje van de oever wegtrekken. We hadden er opnieuw een heftige zeetocht opzitten. De loodzware overlevingspakken waarin we met moeite onze lichamen hadden kunnen wringen, boden tot 19 uur bescherming voor het geval we in het ijskoude water terecht zouden komen. Dankzij de pakken konden we nu van het bootje naar de oever waden. Vegard, onze Noorse gids, ging voor. Hij hield zijn geweer in aanslag, moest er plots een ijsbeer over de heuvelrug verschijnen. Op een kiezelstrandje tussen een turkooisblauwe gletsjermuur en een rotspartij, genoten we van onze picknick. Toen het tij plots keerde, moest Vegard naar het bootje terugwaden om de ankers te verleggen. Anders had het twaalf uur kunnen duren voor de stroming het vaartuigje terugbracht, met ons al die tijd als wachtend ijsbeerlokaas.

* * *

Op het strandje merkte ik hoe het kaakbeen van het zeehondenkreng nog amper aan de schedel vasthing. In het normale leven verafschuw ik karkassen en dood weefsel. Ik begrijp daarom nog altijd niet wat me ertoe dreef om het been los te rukken. Met zeewater en zand maakte ik het schoon en legde het op een rots te drogen.

* * *

Longyearbyen is de hoofdplaats van Svalbard, genoemd naar de Amerikaan John Munro Longyear die er in 1906 steenkool kwam ontginnen. Een zeldzame keer waagt een ijsbeer zich in Longyearbyen. Maar buiten het centrum bestaat permanent gevaar om door beren aangevallen te worden. Zelf een wapen dragen of door iemand met een geweer begeleid worden is verplicht. Toen ik kiekjes wilde nemen van het radiostation waar we verbleven, liep een gewapende begeleider naast me. Mensen die op Svalbard willen kamperen – begrijpe wie kan – zorgen ervoor dat iemand met een geweer buiten de wacht houdt terwijl zij slapen.

* * *

Alle beren zijn me dierbaar, maar de ijsbeer is favoriet. ‘Ursus maritimus’ is de elegantste van de soort, met de mooiste vachtkleur. Het was een oude droom van me om hem in het wild te zien.

* * *

Op Svalbard een ijsbeer te zien krijgen bleek geen probleem te zijn. Al bij onze aankomst op de luchthaven pronkte een opgezet exemplaar naast de bagagetransportband. In het Svalbardmuseum hadden ze er ook een, en in de supermarkt zelfs een exemplaar op wieltjes. Zowat elke grote ruimte had een ijsbeerhuid aan de muur, soms met de kop naar links, soms naar rechts. Maar buiten zijn op- of niet opgezet vel, hebben we nooit een ijsbeer gezien. De catechismus legt uit dat God, niettegenstaande hij niet kan waargenomen worden, toch overal en op alle plaatsen is. Zo geloven wij ook dat er op Svalbard ijsberen zijn, maar helemaal zeker zijn we niet.

* * *

The bear is a river Where people bending to drink See their dead selves. [De beer is een rivier Waar mensen die zich bukken om te drinken Hun dode zelven zien] Ted Hughes (1930-1998), ‘Selected Poems’ (1972), p. 84, ‘The Bear’

* * *

Na de picknick trokken we de overlevingspakken weer aan. Het tij was gestegen. Tot mijn ontsteltenis merkte ik dat zeegolven de rots waarop ik mijn zeehondenkaakbeen had gelegd, overspoelden. Daarmee was mijn bewijsmateriaal voor de aanwezigheid van ijsberen op Svalbard verdronken. Maar dat het vel van de beer bestaat, dat weet ik zeker.

Good luck en tot ziens.

Uw trouwe dienaar, FB