COLUMN. "Het basisinkomen in België is wél betaalbaar"

Print

duchâtelet op vrijdag

COLUMN. "Het basisinkomen in België is wél betaalbaar"

Foto: hbvl

Vorige week werd het “nieuws” verspreid dat het basisinkomen niet betaalbaar zou zijn. Ik zet hieronder graag uiteen hoe het wél betaalbaar is. Daarbij blijft de overheid - net als nu - de kosten van geneesmiddelen en andere zorgen op zich nemen, naast het basisinkomen.

In een eerste fase wordt het ‘cash-gedeelte’ van alle uitkeringen waaronder de sociale zekerheid, het ziekenfonds en het OCMW - vandaag 73 miljard euro - vervangen door een onvoorwaardelijk basisinkomen voor de hele bevolking plus een voorwaardelijk bijkomend inkomen voor gehandicapten, mensen die nu een hoger pensioen hebben, enz.

Het onvoorwaardelijk basisinkomen is samengesteld als volgt: tot de leeftijd van 17 jaar ontvangt men 200 euro per maand; van 18 tot 25 jaar ontvangt men 550 euro; van 26 tot 65 jaar ontvangt men 750 euro en vanaf 65 jaar ontvangt men 1.300 euro per maand. Als men vermenigvuldigt met het aantal per leeftijdsgroep, komt dat op 94,5 miljard euro per jaar. De kosten van het aanvullende ‘voorwaardelijk bijkomend inkomen’ worden geschat op 14,5 miljard euro. Het “uitkerings”- gedeelte van de vernieuwde sociale zekerheid kost in totaal dus 109 miljard euro. 

Op het ogenblik dat het basisinkomen wordt ingevoerd, verandert het inkomen uit arbeid van de werkenden helemaal niet. Bijvoorbeeld, iemand die nu 1.750 euro netto verdient, zal dan een loonbriefje krijgen waarop staat: basisinkomen 750 euro, inkomen uit werk: 1.000 euro. De werkenden krijgen in eerste instantie hun basisinkomen van de werkgever. Dat is ook zo voor zelfstandigen, die in die zin ‘zichzelf’ een basisinkomen betalen. 

Zo verandert er niets voor de werkenden, niets voor de werkgever en niets voor de overheid. De werkgevers betalen op die manier 41 miljard euro (4.560.000 werkenden x 12 maand x 750 euro = 41 miljard euro) aan basisinkomens van de totale kosten van 109 miljard euro die eerder werd berekend.

Zo blijft er nog 68 miljard euro (109 – 41) te financieren, maar dat is minder dan de 73 miljard euro die de overheid nu reeds uitgeeft aan uitkeringen. Er is dus geen financieel probleem om een basisinkomen in te voeren. Er is zelfs ruimte om het basisinkomen voor kleine zelfstandigen te laten betalen door de overheid (in plaats van door henzelf). Dat kan men zien als een individuele subsidie voor ondernemerschap.

In een tweede fase brengt de overheid-werkgever het uitbetalen van het basisinkomen aan haar werknemers onder in het budget ‘basinkomen’: de budgetten voor de tewerkstelling van overheidspersoneel verminderen daardoor met hetzelfde bedrag. Het is dus een ‘cosmetische ingreep’: een verandering van budgetpost. Daar zit ook het onderwijs met zijn 400.000 werknemers in.

Deze methodiek kan men uitbreiden naar de zorg, waar er 500.000 actieven zijn en de subsidies ongeveer 4.000 euro per maand per werkende bedragen. Net zo voor de cultuursector, waar 60.000 mensen werken die gemiddeld voor 2.000 euro per maand per persoon gesubsidieerd worden.

In beide gevallen ligt de subsidie per werknemer hoger dan het basisinkomen van 750 euro, zodat men hier ook een deel van de subsidies kan verschuiven naar het budget ‘basisinkomen’.

De dynamiek die daardoor ontstaat is dat de overheid individuele mensen subsidieert (met een basisinkomen), en in mindere mate dan nu organisaties subsidieert.