© BELGA

Elke dag minstens één melding van ouderenmishandeling: “Slechts topje van de ijsberg”

Een kind dat zijn ouders in huis neemt, maar eigenlijk geen tijd heeft om voor hen te zorgen. Of iemand die zijn dementerende partner uit voorzorg vastmaakt aan de zetel. Om het probleem beter bespreekbaar te maken, lanceert Vlaams minister van Welzijn, Jo Vandeurzen (CD&V), een campagne om ouderenmishandeling bespreekbaarder te maken.

ple

In 2016 kwamen er in Vlaanderen gemiddeld 436 meldingen binnen bij het Ondersteuningscentrum Ouderenmis(be)handeling, meer dan één per dag dus. “Maar er hangt nog een groot taboe rond dat thema”, zegt medewerkster Jolien Van Damme. “Daarom gaan we ervan uit dat het in werkelijkheid een pak meer is.”

Het centrum waarschuwt in haar jaarverslag ook voor een opmerkelijke vorm van mishandeling, namelijk de “ontspoorde zorg”. “Dat gaat bijvoorbeeld om iemand die uit voorzorg zijn dementerende partner aan de zetel vastmaakt”, zegt Van Damme. “Of iemand die zijn (groot)ouders in huis neemt, maar eigenlijk niet de tijd heeft om voor hen te zorgen.” Met andere woorden: het begint met goede bedoelingen, maar door een gebrek aan kennis en vaardigheden draait het uit op een hel voor de betrokkene zelf.

“We maken ons daar grote zorgen over”, zegt Van Damme. “Er zijn steeds meer ouderen, en vanuit het beleid wordt gepusht om die mensen thuis op te vangen. Maar de familieleden die deze zorg op zich nemen, krijgen daar geen ondersteuning bij. Daardoor stijgt het risico op ouderenmishandeling. Ook al heeft niemand slechte bedoelingen.” Zij pleit voor meer tegemoetkoming aan deze mantelzorgers. “Het gaat ook om steun in de vorm van kennis en vaardigheden. Met de toenemende vergrijzing zou daar zeker op ingezet moeten worden.”

Minister Vandeurzen reageert pas vandaag, bij de voorstelling van een nieuwe promotiecampagne rond datzelfde thema. Die campagne draait rond het noodnummer 1712, om duidelijk te maken dat dit ook voor meldingen van ouderenmishandeling openstaat. “Een goede zaak”, vindt alvast Jolien Van Damme van het ondersteuningscentrum. “Hoe meer er over het thema wordt gesproken, hoe beter. Telkens het onderwerp ter sprake komt, zien wij een piek in onze meldingen.”