© BELGA

Absenteïsme in gevangenissen loopt op tot bijna 10 procent

Het absenteïsme onder het gevangenispersoneel is vorig jaar opgelopen tot net geen tien procent. De bonden wijzen naar de stressvolle werkomgeving in de gevangenissen, maar ook naar de vakantieachterstand als voornaamste redenen voor het hoge absenteïsmecijfer.

adm

Vorig jaar was het voltallige gevangenispersoneel, inclusief de leden van het Veiligheidskorps, samen 235.647,5 dagen afwezig. Dat komt neer op een absenteïsmecijfer van 9,27 procent. In 2015 en 2014 bedroeg het afwezigheidspercentage nog respectievelijk 8,09 en 7,83 procent.

Er is wel een significante kloof tussen Noord en Zuid. In de 16 gevangenissen in Vlaanderen lag het absenteïsme op 7,53 procent. In de 16 Waalse gevangenissen bedroeg het afwezigheidspercentage 11,4. In de twee Brusselse gevangenissen was tot slot 8,57 procent van het personeel afwezig.

Een mogelijk verklaring voor dit verschil is de lange cipiersstaking in de Franstalige gevangenissen vorig jaar. Toen bleef het merendeel van het personeel meer dan een maand buiten uit ongenoegen met de hervormingsplannen van minister Geens.

Gekend probleem

Het probleem is gekend bij de overheid en sinds 2016 is er binnen de FOD Justitie een werkgroep opgericht om de pijnpunten bloot te leggen en met oplossingen te komen. “Werken in de gevangenis kan stresserend zijn door het ‘cliënteel’ waarmee je in contact komt. Zo ligt het aantal arbeidsongevallen hoog in de penitentiaire inrichtingen”, valt nogte horen bij het gevangeniswezen.

Vorig jaar werden er effectief 962 arbeidsongevallen genoteerd. Dat is een daling tegenover de 1.065 uit 2014, maar omgerekend gaat het wel nog altijd om net geen 10 procent van het personeel. De gevangenis van Lantin was overigens goed voor 10,3 procent van het aantal arbeidsongevallen vorig jaar, Merksplas volgt met 5,5 procent. Een kanttekening: Lantin is wel de grootste inrichting van het land, waar iets meer dan 8 procent van al het gevangenispersoneel in België is tewerkgesteld.

“Toegenomen druk”

De werkomgeving “en toegenomen werkdruk”, zijn inderdaad belangrijke factoren, klinkt het bij de vakbond. Maar ook de vakantieachterstand speelt hier een belangrijke rol. Die achterstand is vorig jaar opgelopen tot 537.973 dagen. Opnieuw een toename dus ten opzichte van 2015 (504.751 dagen). “Mensen moeten drie maanden op voorhand een dag verlof aanvragen, zonder dat ze de garantie krijgen dat ze die vakantiedag ook effectief krijgen”, zegt Filip Dudal van de christelijke overheidsvakbond ACV, die het systeem een “vicieuze cirkel” noemt. “Als ze geen vakantie krijgen, zoeken ze een andere manier om hun afwezigheid te rechtvaardigen.”

Dat blijkt dus ook uit een rondvraag van die bovenvermelde werkgroep. Verlof om dwingende reden van familiaal belang, uitzonderlijk verlof wegens overmacht en syndicaal en ouderschapsverlof zijn de meest voorkomende afwezigheidsredenen. Ziekte blijkt, in de Vlaamse inrichtingen dan toch, pas op de laatste plaats te komen, na de eendagsziekte zonder attest, geldig voor twee dagen.

Bovendien wordt er tijdens de zomermaanden zeer veel verlof om dringende redenen aangevraagd - 1.077 aanvragen in juli tegenover 262 in juni - terwijl de eendagsziekten zonder attest sterk oprukken tijdens de eindejaarsperiode - 973 in december tegenover 592 in november.

Werkgroepen acht Dudal niet voldoende om het probleem te verhelpen. “Er is nood aan positieve, financiële stimuli voor de mensen die willen werken. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken moeten we de mensen belonen die wel willen werken”, zegt de vakbondsman.

Bij het gevangeniswezen wil men voorlopig enkel nog kwijt dat de bevindingen van de werkgroep worden afgewacht.