DE KERN

De tewerkstelling van personen met een migratieachtergrond moet omhoog: “we hebben iedereen nodig”

De Commissie Diversiteit van de SERV, dit is de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, wil dat de lokale besturen meer personen met een arbeidshandicap en met een migratieachtergrond tewerkstellen. Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans moet hierop toezien.

Eric Donckier

Dat er nog een lange weg te gaan is, mag duidelijk zijn. Eerder werd afgesproken dat 2 procent van het personeel dat de Vlaamse provincies, steden, gemeenten en OCMW’s tewerkstellen, personen met een arbeidshandicap zouden moeten zijn. Met 2,1 procent in de OCMW’s en 2,54 procent in de steden en gemeenten wordt die norm gehaald. Maar: één gemeente op de drie heeft geen enkele persoon met een arbeidshandicap in dienst.

Voor wat betreft de tewerkstelling van personen met een migratieachtergrond is het principe dat het personeelsbestand een weerspiegeling moet zijn van de beroepsbevolking in de gemeente. Maar dat principe wordt helemaal niet gehaald. Gemiddeld gesproken heeft 10,2 procent van het gemeentepersoneel een migratieachtergrond, terwijl mensen met een migratieachtergrond goed zijn voor minstens 18 procent van de beroepsbevolking. In de 13 Vlaamse centrumsteden zijn de cijfers nog slechter. Personen met een migratieachtergrond zijn er goed voor 31 procent van de beroepsbevolking, maar slechts voor 13 procent van het gemeentepersoneel. Bovendien zijn er aanwijzingen dat de toestand verslechtert.

Steeds opnieuw blijkt uit cijfers van de OESO en de Europese Commissie dat België veruit de slechtste leerling van de klas is wanneer het aankomt op de tewerkstelling van personen met een migratieachtergrond. Steeds opnieuw gevolgd door goede voornemens om hier iets aan te doen. Onze overheden, zowel op lokaal als op Vlaams en federaal niveau, hebben hierbij een voorbeeldfunctie. Daarna kunnen ze met des te meer autoriteit de privésector oproepen om hetzelfde te doen. Dat is in ons aller belang, ook omdat we iedereen nodig hebben om onze welvaartsstaat overeind te houden. We moeten voorkomen dat we helemaal verzeilen in een wij en zij. Dat zorgt alleen maar voor spanningen en kost ons geld. Het is een vicieuze cirkel die we moeten omkeren. Mensen die werk hebben, willen immers beter voor hun kinderen. Dat houdt in dat ze moeten studeren. Waarna hun kinderen steeds gemakkelijker werk zullen vinden. Tot dan moeten lokale besturen iets soepeler zijn in hun aanwervingsbeleid wanneer het om werknemers met een migratieachtergrond gaat. Iets minder kijken naar diploma’s en meer naar bekwaamheden kan helpen.