Ilse pipeleers

“Ik heb velen verwonderd, ook mijn oncoloog. Maar ik had gelijk”

Print
“Ik heb velen verwonderd, ook mijn oncoloog. Maar ik had gelijk”

Foto: Luc Daelemans

Ik heb velen verwonderd, menig mens verbaasd en enkelen waren met verstomming geslagen. Mijn oncoloog behoorde tot die laatste groep.

Ik herinner me ons eerste gesprek alsof het gisteren was. Toen hij me vroeg wat voor werk ik deed, reageerde hij verbijsterd op de start van onze eigen coffeebar. De dokter vroeg zich luidop af hoe ik dat allemaal zou gaan doen? De lange dagen, de geur van koffie.... Het was duidelijk dat hij grote twijfels had. Ik had die niet, ik was vastberaden.

Jawel, we openden onze coffeebar tijdens mijn kankerbehandeling. De oncoloog kon maar niet geloven dat ik in staat was om fulltime te werken. Maar het lukte gewoon omdat ik het zo hard wilde en het deed mij goed. “Medicatie is een ding, maar een positieve houding en wilskracht zijn een absolute must.” Zo bejubelde mijn oncoloog mijn ‘drive’.

Volgens hem kan je kankerpatiënten in twee groepen indelen. Degene die je voortdurend moet aansporen om dingen te doen en de patiënten die je moet aanmanen om het wat rustiger aan te doen. Ik behoorde zonder twijfel tot die tweede groep.

Het is voor mij altijd duidelijk geweest dat je bezig moet blijven en niet bij de pakken moet blijven zitten. Thuis kniezen maakt het alleen maar erger. Je moet je tanden in een project zetten. Iets doen waar je voldoening kan uithalen.

Voor mij is dat werken in onze zaak. De sociale contacten, de omgeving, datgene doen waar ik al heel lang naar uitkeek. Op die manier gaat de tijd op een aangename manier voorbij en voor je het weet zit je al een heel stuk verder in je behandeling.

Na mijn borstreconstructie begin dit jaar, heb ik het advies van de dokter ter harte genomen. Zes tot acht weken rust was het absolute minimum. De start is toen minder vlot verlopen dan gehoopt. Na één week merkte ik dat het niet goed zat. Een aantal doktersbezoeken, dozen antibiotica en een extra operatie later zat ik opnieuw thuis. Een viertal weken extra rust om de schade te hertellen.

Naar het einde van die vier weken werd het me duidelijk dat ik gelijk had. Thuis zitten en niet kunnen doen waar je passie ligt, is niet bevorderlijk voor de geest. Ik voelde me niet meer in mijn element. Ik miste het werk en voelde me niet happy. Ondertussen ben ik weer een tweetal weken aan de slag en het doet me enorm goed. Voor mij was dit de proef op de som, want na een paar dagen voelde ik me mentaal weer helemaal de oude. Bruisend van energie en hopen ideeën voor de toekomst.