Openbare aanklager acht Brands schuldig aan moord op Mostapha Atillah

Print
Openbare aanklager acht Brands schuldig aan moord op Mostapha Atillah

Foto: Tom Palmaers

Hasselt / Tongeren -

De openbare aanklager, Patrick Boyen, acht Edward Brands schuldig aan moord op de 44-jarige Mostapha Atillah. Dat bleek woensdag tijdens zijn requisitoir in het Tongerse hof van assisen. “Brands had er al langer genoeg van. De andere kraakpandbewoners moesten rekening houden met deze Nederlander, die op eer en glorie uit was. Als ze hem tegenkwamen, moesten ze een stapje opzijzetten”, aldus Boyen.

De 47-jarige Nederlander Brands sloeg Mostapha op 26 oktober 2014 met een zadelpen het hoofd in. Op 19 oktober 2014 had hij medebewoner Patrick S. en Mostapha al van de trap geschopt, nadat die Brands aan de tand wilden voelen over een mogelijk aanrandingsverhaal. Hij zou op straat twee meisjes hebben lastig gevallen. “Narcist Brands zat met die krenking dat er gezegd werd dat hij mogelijk een pedo was. Net zoals de paus de zegen geeft, urbi et orbi, over de stad en de wereld, zo wilde Brands, de paus van Hoensbroek, de andere kraakpandbewoners waarschuwen. Brands wilde de daklozengemeenschap laten zien dat er met hem niet gesold werd”, aldus Boyen.

De voorbedachtheid was volgens het openbare ministerie duidelijk. “Het ging om een explosie van geweld in verschillende fases met verschillende wapens. Brands had meermaals kunnen stoppen met slaan. Hij had zijn wapens klaarliggen, want hij meende dat hij altijd moest klaarstaan. Hij maakte de andere bewoner Math wakker omdat hij publiek wilde hebben bij hetgeen hij aan het doen was. Brands wilde tonen dat ze met hem niet moeten sollen.”

“Na het wekken van Math sloeg hij nog zes keer op Atillah’s hoofd. Toen de politie met acht combi’s aan het kraakpand arriveerde, troffen ze Brands al zwetend aan. Ge zou voor minder, als ge net met brute kracht iemand het hoofd hebt ingeklopt. In de keuken, waar Brands stond, lag zijn rugzak klaar met de zadelpen. Wilde hij er tussenuit muizen? Dat zullen we nooit weten”, aldus Boyen.

“We mogen in onze samenleving niet tolereren dat mensen in een kraakpand het recht in eigen handen nemen en zoals in de jungle de wet van de sterkste menen te moeten naleven. Deze Brands richtte in het kraakpand een bloedbad aan. Ik heb nog nooit meegemaakt dat onderaan de matras, waarop het slachtoffer lag, nog een hele plas bloed te zien was. In het hart van Mostapha was geen bloed meer aanwezig. De intentie tot doden was duidelijk”, besloot de openbare aanklager.

Vervolgens kreeg de verdediging met meesters Tom Van Overbeke en Philip Daeninck het woord.