“Het moest ervan komen dat Brands voor assisen zou verschijnen”

Print
“Het moest ervan komen dat Brands voor assisen zou verschijnen”

Foto: Tom Palmaers

Hasselt / Tongeren -

In het Tongerse hof van assisen zijn woensdagmorgen de pleidooien gestart in het proces van de 47-jarige Edward Brands, die terechtstaat voor het doodslaan van de 44-jarige Mostapha Atillah in een kraakpand in Runkst bij Hasselt. Hij klopte Mostapha op 26 oktober 2014 met een zadelpen het hoofd in. Advocaat Jef Vermassen beet de spits af voor een zus van Mostapha. “Brands sprak hier ene waarheid en dat was dat Mostapha de verkeerde man op de verkeerde plaats was. Het moest er van komen dat Brands voor assisen zou komen. Hij had hier al veel eerder kunnen staan. Het stond in de sterren geschreven”, zei Vermassen.

Advocaat Jef Vermassen verwees naar de gewelddadige antecedenten van Brands. Zo kneep hij zijn ex de keel dicht, totdat ze het bewustzijn verloor. Van een andere ex had hij het achtjarig zoontje bij de keel gegrepen. Met een mes had hij een ex-vriendin achternagezeten en daarna haar autoruit aan diggelen geslagen. Hij sloeg zijn adoptievader een schedelbasisfractuur. Net als bij het doodkloppen van Mostapha deed Brands volgens Vermassen aan schuldverschuiving. “Brands vertelde hier dat hij dakloos was geworden, omdat het de schuld is van de Belgische staat en het OCMW. Het is altijd de fout van iemand anders. Het was volgens Brands ook Mostapha die hem eerst met een mes te lijf zou zijn gegaan. Mostapha vroeg er om”, pleitte Vermassen.

Vermassen overliep de kenmerken van de persoonlijkheidsstoornis van Brands en verwees vervolgens naar de elementen in het dossier. Vermassen wilde Brands niet als psychopaat bestempelen, maar haalde wel enkele kenmerken aan. “Brands is rancuneus. Hij vergeet nooit en hij vergeeft nooit. Dat hoorden we hier van zijn ex. Mostapha had van de vader van twee meisjes vernomen dat Brands hen zou hebben lastig gevallen. Men wilde Brands interpelleren, maar hij schopte een medebewoner van de trap. Atillah had met het mogelijke aanrandingsverhaal het blazoen van Brands besmeurd. En zoiets pikte een narcistische Brands met zijn opgeblazen zelfbeeld niet. Brands was zelf in de vijfde wereld beland, maar hij kon het niet laten om neerbuigend over zijn medebewoners te praten. Hij noemde hen het uitschot van de maatschappij dat een spuitje verdiende. Hij zag zichzelf als de goede tussen al dat krapuul”, zei Vermassen.

“Brands heeft geen spijt, want na zijn arrestatie zei hij in de combi dat hij hoopte dat Mostapha erin bleef. Hij nam nooit zijn verantwoordelijkheid op. Denk aan zijn ex-vrouw, die drie dagen na haar bevalling met de bus naar huis moest. Hij nam een leugenachtige houding aan. Zo vertelde hij de politie dat zijn ouders in een auto-ongeluk waren omgekomen. Daar was niets van aan. Hij loog om er beter uit te komen. Angst en paniek kent deze Brands niet”, zei Vermassen in een twee uren durend pleidooi, waarbij hij van Mostapha zeker geen heilige wilde maken. Mostapha was door zijn heroïneverslaving zelf aan lager wal geraakt en pleegde diefstallen. Hij ondernam vergeefse pogingen om af te kicken, maar Vermassen voegde eraan toe dat Mostapha deze dood niet verdiend had.