slangen op maandag

“Hasselt en Genk: twee dwergen, om de beurt op hun tenen”

“Hasselt en Genk: twee dwergen, om de beurt op hun tenen”
Hasselt / Genk -

Er waren eens twee dwergen; de ene heette Hasselt, de andere heette Genk. Van oudsher bestond er een grote rivaliteit tussen beiden. De ene beriep zich voortdurend op het geboorterecht dat hij zich hoofddwerg mocht noemen. De ander schopte dan treiterig een balletje in de lucht, want hij kon zoveel beter voetballen. Om beurten stonden de twee dwergen op die manier op hun tenen, roepend dat ze toch groter of beter waren dan de ander. Een gezicht dat even komisch was, maar dan al snel vermoeiend werd. Hun na-ijver leek bovendien aanstekelijk, want de andere dwergen uit hun streek, die zowaar nog kleiner waren, maakten er eveneens een sport van zich te meten met hun grootste buur.

Intussen lachten de reuzen van het Westen zich een breuk. ”Wat hadden ze pret met die domme dwergen uit het Oosten!“ riepen ze, terwijl ze zich te goed deden aan de rijkst gevulde tafels. Een wijsgeer die iets met letters deed, opperde dat het misschien een idee zou zijn dat de ene dwerg op de schouders van de andere zou gaan staan. Samen zouden ze zo groter zijn dan sommige reuzen, en zouden ze hun plaats aan die rijke tafels kunnen opeisen. De beide dwergen haalden minachtend hun neus op. Ze vonden dat de wijsgeer er niets van begreep. ”Wij lijken zo sterk op mekaar”, zei dwerg Genk, ”dat we het nooit eens zouden worden over wie van boven mag”. ”En zo’n dwerg op of onder mij, zou alleen maar onrecht doen aan mijn atletische lichaam”, snoefde dwerg Hasselt. ”Maar een van jullie heeft mooier haar dan eender welke reus, en de ander heeft benen die sneller rennen dan die van eender welke reus”, riep de wijsgeer, ”samen zijn jullie de perfecte reus!” Daar moesten beide dwergen hard om te lachen. Want begreep de wijsgeer dan niet dat zij zodanig uniek waren, dat ze nooit op mekaars schouders zouden passen?

Het meest werd echter elders gelachen, namelijk bij de reuzen van het Westen. Alleen toen twee andere dwergen, Opglabbeek en Meeuwen-Gruitrode, op mekaars schouders gingen staan, werd het even stil. Moedige dwergen, dat waren die reuzen niet gewoon. De dwergen Hasselt en Genk bleven echter vastbesloten. Hoogstens maakten ze schoorvoetend het hof aan kleinere dwergen uit de buurt. Maar die haalden op hun beurt hun neus op, en maakten nog kleinere dwergen het hof. Het leek wel een bizarre dans, uitgevonden ter vermaak van de reuzen.

Tot die dag dat een in lompen gehulde, een profeet, voorspelde dat ooit, in een niet zo verre toekomst, alle dwergen uit het Oosten op mekaars schouders zullen kruipen, en een reus zouden vormen, groter dan eender welke reus uit het Westen. Maar dat is weer een ander verhaal.