”Democratie als middel naar islamitische heerschappij”

Print
”Democratie als middel naar islamitische heerschappij”

Drie sterke jonge vrouwen met Turkse roots, drie oer-Vlaamse Limburgse mannen, een paar kritische journalisten en vooral veel goesting om elkaar te verstaan. Dat is voldoende om een goed gesprek te voeren over het Turkse referendum dat zondag gehouden wordt, en over waarom dat zo onder de huid zit van onze Limburgse Turkse gemeenschap.

Eerlijk is eerlijk: Recep Tayyip Erdogan heeft in zijn beginjaren veel goede dingen gedaan voor miljoenen Turken. Hij lijkt een verlichte geest die streeft naar een legervrije democratie en die grote sociale hervormingen doorvoert. Tijdens zijn eerste twee ambtstermijnen als premier van Turkije, weet Erdogan veel landgenoten voor zich te winnen. Maar voor een journalist blijven zijn allereerste stappen in de politiek toch knagen, wanneer hij als jonge en vurige burgemeester van Istanboel dweept met de Turkse ultraconservatieve religieuze beweging Milli Görus en gedichten maakt waarin hij de democratie voorstelt als een middel naar de islamitische heerschappij. Die duistere kant van Erdogan komt sinds zijn derde ambtstermijn weer haarscherp naar boven. Macht is verslavend, zeker voor wie er gevoelig voor is. 
Dit referendum gaat naar onze normen ver over de hele lijn. In de 18 artikelen die voorliggen, wordt het kernidee van scheiding en evenwicht der machten (uitvoerend, wetgevend en rechterlijk) opgegeven. De uitvoerende macht wordt de belangrijkste en komt in handen van één almachtige president: Erdogan. Het parlement mag de regering niet meer ter verantwoording roepen (art. 6 en 16). De president wordt meteen ook het hoofd van de regering, waarbij hij ministers kan benoemen en ontslaan, de regering kan ontbinden en bij decreet kan regeren. Tot slot mag het Grondwettelijk Hof de presidentiële decreten niet meer controleren. Het behoeft geen betoog om te zeggen dat een democratie onder zo’n voorwaarden onmogelijk kan overleven. 
Waarom volgen zoveel mensen hem dan blindelings? Zijn Vlamingen van Turkse origine dan toch in de eerste plaats Turks? We denken het niet. Natuurlijk moeten we toegeven dat de Turkse gemeenschap erg op zichzelf is. Het overgrote deel informeert zich via Turkse media, ze zitten niet op de banken van KRC Genk en ze zijn onvindbaar op Pukkelpop. Maar hoe komt dat? Hoe welkom zijn ze in onze maatschappij? We kunnen er niet omheen dat veel Vlaamse Turken nog altijd als allochtonen beschouwd worden, zelfs wanneer ze al meer dan drie generaties hier zijn. Dat merk je op de arbeidsmarkt, op school en aan het gebrek aan voldoende Turkse rolmodellen. Wanneer we dat durven erkennen en ernaar handelen, is de nood om een losgeslagen superpresident uit het buitenland te volgen al heel wat minder groot.

Reacties: dekern@hbvl.be