Patrick Dewael geeft imam en voorzitter Grote Moskee aan voor meineed

Print
Brussel - Patrick Dewael (Open Vld), de voorzitter van de onderzoekscommissie naar de aanslagen, gaat de imam en voorzitter van de Grote Moskee in Brussel aangeven bij het gerecht. De twee legden tegenstrijdige verklaringen af in de commissie. Het gerecht moet nu beslissen of ze vervolgd worden voor meineed.

Op dit moment leggen de experten van de onderzoekscommissie 22/3 de laatste hand aan een lijst met tegenstrijdige uitspraken die de imam en de voorzitter van de Grote Moskee onder ede aflegden.

Al bij de eerste passage van imam Galaye N’Diaye op 13 februari rezen er vragen bij zijn getuigenis. Niet alleen bleek N’Diaye een stroman te zijn van het Saoedische bestuur, hij ontkende ook dat de Grote Moskee, officieel het Islamitisch Cultureel Centrum (ICC) van België, latere Syriëstrijders over de vloer had gekregen.

Rapport OCAD

Nochtans zou uit een OCAD-rapporten over het salafisme in ons land blijken dat er wel degelijk Syrië-strijders cursussen hebben gevolgd bij het ICC.

De commissie vroeg daarop extra uitleg aan de Grote Moskee, maar die kwam er aanvankelijk niet. Pas na een officiële dagvaarding kon de Saoedische voorzitter van het ICC, Jamal Saleh Momenah, op 15 maart naar de onderzoekscommissie worden gehaald. Hij ontkende daar opnieuw dat er Syriëstrijders in zijn centrum opleidingen hebben gevolgd.

Bovendien bleven N’Diaye en Momenah wel erg vaag over de financiering van de Grote Moskee en legden ze tegenstrijdige verklaringen af, onder andere over de relatie met de Moslimexecutieve. Zo zei N’Diaye dat de Grote Moskee het gezag van de Executieve erkent en regelmatig ermee overlegt, terwijl Momenah zei dat er geen banden zijn met Moslimexecutieve maar hij “met plezier zal bestuderen” of de Grote Moskee zich moet laten erkennen en officieel betrekkingen met de Executieve moet aanknopen.

Die verklaringen worden nu opgelijst en nog deze week overgemaakt aan de procureur-generaal bij het hof van beroep. Het is dan aan het gerecht om te bepalen of het tot vervolging komt of niet. Op het afleggen van valse verklaringen onder ede staan celstraffen van twee maanden tot drie jaar.

Erkenningsprocedure

Dewael pleit er tegelijk ook voor om de ingewikkelde erkenningsprocedures voor moskeeën tegen het licht te houden in de onderzoekscommissie. “De erkenningsprocedure, de controle op de voorwaarden en een eventuele intrekking vormen een ingewikkeld kluwen waarbij verschillende overheden en organisaties betrokken zijn. Het zou goed zijn dat we dit in de commissie tegen het licht houden, zodat de procedures efficiënter kunnen verlopen, het aantal erkende moskeeën kan stijgen en de controle op de naleving van de voorwaarden verbetert.”