vanmechelen op woensdag

COLUMN. "Een stad kan duidelijk kiezen voor openheid of geslotenheid"

Print
COLUMN. "Een stad kan duidelijk kiezen voor openheid of geslotenheid"

Foto: HBvL

Het is lente en samen met de eerste bloemen kondigt zich de grote schoonmaak aan. Van morsige winterstad tot keurige winkelstad. Alles en iedereen zijn plaats. Zitbankjes worden weggehaald om zwervers uit het winkelcentrum en het toeristische hart te bannen. Bedelaars worden in twee categorieën opgedeeld: de niet-agressieve en de agressieve. Arme mensen worden verondersteld in hun wijk te blijven. En asielzoekers hebben hun centrum. Rondhangende jongeren, balsturig en luidruchtig zoals ze horen te zijn, worden met GAS-boetes tot de orde geroepen. Wee de dude die op de trappen op zijn smos zit te kauwen.

Het kan ook anders, zag ik vorige week, op het Genkse Stadsplein tijdens een aangename lentedag. Het buitenterras onder de luifel van Brasserie 360 zat bijna vol. Een gezellig en verwarmd aquarium was het met een mooi zicht op de onafgebroken vloed passanten. Het licht speelde met de schitterende façade van de bibliotheek, het brede stadhuisfront, en het hoge appartementsblok. Naast de doorloopfontein rustte een groepje mannen op de publieke zitjes naast de bibliotheek. Ze dronken. Sommigen hadden een plastic tas bij. Een van de mannen sprak drie meisjes aan die de bibliotheek verlieten. “Waar is nummer vier?” Ze negeerden hem. 
Enkele mannen werden door de ondergaande zon naar de trap van de parkeergarage gedreven. Niemand die zich aan hen stoorde. Niet ver van hen hing een handvol jongeren een tijdje rond aan de ingang van de bibliotheek voor ze naar binnen gingen. Hun rumoer verraadde hun energie. Ze gingen duidelijk niet naar binnen om te lezen. Maar de bieb is ook dé ontmoetingsplaats van Genk. De geur van literatuur en lectuur werkt als een afrodisiacum. Enkele kinderen sprongen in de bedding van de fontein, andere speelden op de trappen. Een oud vrouwtje duwde haar wandelrek voor zich uit. De Italiaanse vlag op het rek verraadde haar afkomst. Het licht van de ondergaande zon roerde in mijn tomatensoep, daar aan het Plein van de Vrede. 


Enkele dagen later, de Grote Markt van een andere stad. De krappe ruimte tussen de terrassen wordt omsingeld door terrassen. De smalle, murmelende straten die op de markt uitgeven duwen de mensen snel verder. Op het refrein van de muziek en het geritsel van kooptassen. Ik zwierf rond maar vond geen plaats om de maalstroom van mensen te bekijken. Stilstaan op de markt, er was niets dat me daartoe uitnodigt. De blikken van de terrasgangers dreven me naar de bankjes aan de bushalte. Maar die waren enkel voor busgangers.


Een stad kan dus duidelijk kiezen voor openheid of geslotenheid. Om een nationale of een kosmopolitische stad te zijn. Ik verlangde alleszins naar de geluiden van de stad en haar zwervers.