© herman ricour

Minder GAS-boetes, meer alternatieve straffen

Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe GAS-wetgeving in 2014 krijgen minderjarigen steeds minder een boete opgelegd. In de plaats nodigen gemeenten hen samen met de ouders uit om hen op de vingers te tikken of moeten ze verplicht een brief met excuses schrijven. “Gemeentes beseffen dat het veel meer loont jongeren her op te voeden dan zomaar boetes uit te delen”, zegt onderzoekster Karen Weis.

Jens VANCAENEGHEM

621 minderjarigen pleegden in 2014 een inbreuk op de GAS-wetgeving in de Vlaamse gemeenten. Dat zijn er bijna twee per dag, maar wel 60 minder dan het jaar voordien. Dat blijkt uit onderzoek van hogeschool UCLL (Leuven-Limburg). Het is de eerste keer dat de toepassing van gemeentelijke administratieve sancties zo uitgebreid in kaart is gebracht.

Onverwacht

In het gros van de gevallen gaat het om wildplassen, maar evengoed vervuilen jongeren de openbare weg, spelen ze met vuurwerk of overtreden ze het Gentse verbod om met glazen flessen in de Overpoortstraat rond te hangen.

De daling is onverwacht, want sinds 2014 is de nieuwe GAS-wet van kracht, die gemeenten net meer slagkracht moest geven om jongeren te bestraffen. Gemeenten konden de minimumleeftijd voor sancties verlagen van 16 naar 14 jaar én er zijn alternatieve straffen bijgekomen.

Een wetswijziging die heel wat ophef veroorzaakte. Mensen kwamen zelfs op straat om ertegen te betogen. “Nu blijkt dat de wet weinig concrete gevolgen heeft gehad”, zegt onderzoekster Karen Weis. “Er zijn slechts enkele gemeenten die de minimumleeftijd hebben verlaagd. En het lijkt wel alsof gemeenten terughoudender zijn om GAS-inbreuken vast te stellen uit angst voor een nieuwe mediaheisa.”

Weis verwijst naar de absurde GAS-boetes die in 2013 de media haalden. Zoals die keer toen enkele jongeren een proces-verbaal aan hun broek hadden toen ze met sneeuwballen gooiden in Antwerpen.

Vuurwerkklas

Een positieve evolutie is volgens Weis wel dat jongeren minder snel een boete krijgen. “Gemeenten zijn verplicht eerst een alternatief voor te stellen”, zegt ze. “Pas als de minderjarige weigert daarop in te gaan, kan die een boete krijgen.”

Het aantal boetes daalde van 42 procent in 2013 naar 28 procent in 2014. Dat heeft vooral te maken met de beleidskeuzes in de provincie Antwerpen, die tekent voor liefst 63 procent van alle GAS-inbreuken van minderjarigen. Sinds de nieuwe wet kiest Antwerpen ervoor ouders en de jongere uit te nodigen op het stadhuis.

“Voor een gesprek met de sanctionerend ambtenaar’”, zegt de woordvoerder van burgemeester Bart De Wever (N-VA). “Hij kaart het asociaal of gevaarlijk gedrag van de jongere aan. In 8 op de 10 gevallen eindigt dat met een seponering.” Draait het gesprek op niets uit of dagen de betrokkenen niet op, dan volgt een bemiddelingsprocedure. Als ook die niet lukt, rest enkel nog een boete.

Gemeenten passen GAS nu ook veel meer toe voor zwaardere gevallen, zoals vandalisme. Dat verklaart de stijging van het aantal dossiers dat bij het parket belandt.

“In het algemeen kiezen gemeenten nu veel meer voor die alternatieve straffen”, zegt Weis. “Bij de bemiddeling kijken ze naar wat de jongere precies heeft mispeuterd en kiezen daar een gepaste straf voor. Bijvoorbeeld als iemand vuurwerk heeft afgestoken die een vuurwerkklas laten volgen, waar de gevaren ervan worden uitgelegd.”

Amper 3 procent boetes in Limburg

Amper drie procent van alle inbreuken op de GAS-wetgeving wordt in Limburg vastgesteld. “Logisch, want minder dan de helft van de Limburgse gemeenten heeft GAS”, zegt de Genkse burgemeester Wim Dries (CD&V). “Dat heeft voor een deel met ons DNA en sociale weefsel te maken. We zijn kleiner en liggen meer in het platteland. Je kan dat niet vergelijken met Antwerpen. De overlast van jongeren blijft hier beperkt.”

Toch is het volgens Dries ook een bewuste keuze. “We willen er in Genk geen sport van maken GAS-boetes uit te delen. We zetten heel sterk in op preventie, via het straathoekwerk, de jeugd- en de wijkwerking.”