Jonge advocate kan milde straffen voor verkrachters niet langer aanzien

Print
Jonge advocate kan milde straffen voor verkrachters niet langer aanzien

Nina Van Eeckhaut: “Het is simpel: een verkrachter die drie jaar krijgt, stapt na één jaar bijna automatisch uit de gevangenis. Foto: Belga

Nina Van Eeckhaut (37), een van Vlaanderens bekendste vrouwelijke strafpleiters, vindt het meer dan hoog tijd om verkrachters structureel strenger te bestraffen. Want wie zoals Fikri Azrih (35) amper drie jaar cel krijgt, komt automatisch na één jaar vrij. Zonder verbetering binnen en verplichtingen buiten. “Laat ons ­meteen ook de begeleiding van seksueel delinquenten op punt zetten.”

Onlangs verdedigde de Gentse advocate een jonge, meerderjarige vrouw. Een vrouw die in een nieuwjaarsnacht misbruikt was. En zwaar toegetakeld. “Op een manier die je zelfs je ergste vijand niet toewenst”, zegt Van Eeckhaut. Er werd een klacht ingediend, de zaak werd onderzocht en al snel was duidelijk wie de dader was. De vrouw, die gewond naar het ziekenhuis werd overgebracht, moet sinds die dramatische nacht jarenlang naar een psycholoog.

De strafrechter erkende de zware feiten en sprak de maximumstraf uit: vijf jaar. “Daar sta je dan als advocate. Tegen beter weten in te zeggen tegen je cliënte dat de dader heel zwaar gestraft is”, zegt Nina Van Eeckhaut. “Een bescheiden poging om die verkrachter ook nog schuldig te laten verklaren voor poging tot doodslag bleek, juridisch gezien, ijdele hoop. En in de praktijk zal je zien dat zo iemand die vijf jaar cel nooit zal uitzitten. Een keuze van de beleidsmakers, die ik in twijfel wil trekken.”

Van Eeckhaut is de dochter van wijlen assisenicoon Piet Van Eeckhaut. Ze is al even mondig als haar vader was. Ze ziet met lede ogen hoe makkelijk verkrachters vaak wegkomen met relatief milde straffen. Net als Fikri Azrih, de Marokkaanse illegale verkrachter, die eerst wegkwam met drie jaar cel, dan vrijkwam na exact een derde van die straf en zo afgelopen zomer opnieuw kon toeslaan.

Magische grens

Van Eeckhaut spreekt van “de magische grens van drie jaar”. “Het is simpel: een verkrachter die drie jaar krijgt, stapt na één jaar bijna automatisch uit de gevangenis.” In regel is het de gevangenisdirecteur die in elk dossier beslist. “Geen recht”, zegt ze, “maar een gunst, die weliswaar bijna altijd verleend wordt. Een jaar kan je bezwaarlijk een lange detentie noemen. En onder de drie jaar ontsnap je ook aan de strafuitvoeringsrechtbank, die een verkrachter voorwaarden kan opleggen, genre verplicht therapie volgen en verplicht op bezoek bij de justitieassistent. Ik noem dat dweilen met de kraan open. En je helpt zo’n dader ook niet vooruit.”

Minstens even erg, zegt ze, is de combinatie van een totaal gebrek aan gepaste daderbegeleiding binnen én buiten de gevangenis. “Medewerkers van de psychosociale diensten, die het reclasseringsplan van een gedetineerde opstellen, doen, net als die van justitieel welzijnswerk, hun uiterste best. Maar ze zijn in hetzelfde bedje van Justitie ziek: onderbemand en te weinig tijd om al hun werk rond te krijgen. Wie wel een straf boven de drie jaar krijgt, moet voorbij de strafuitvoeringsrechtbank, in de hoop onder welomlijnde voorwaarden vervroegd vrij te komen. Waarom denk je dat zoveel gedetineerden braafjes zonder begeleiding blijven zitten tot hun volledige straf erop zit? Net omdat ze ook dan zonder voorwaarden de cel kunnen verlaten.”

Dankbaar

Van Eeckhaut zegt dat de rechters die zulke relatief lage straffen uitspreken niets kwalijk te nemen valt. “Zij roeien met de riemen die ze hebben, want ze zijn gebonden aan het strafwetboek. Op papier is verkrachting ook een zwaar misdrijf dat zwaar bestraft wordt, zeker als het slachtoffer minderjarig is. Maar helaas is de praktijk vaak anders”, zegt ze. “Zeker gelet op de combinatie van het gebrek aan begeleiding en de keuze om veroordeelden steevast na een derde van hun detentie vrij te laten.” Dat laatste, zegt ze, is een keuze van het uitvoeringsbeleid waar wel iets voor te zeggen valt. “Net als voor mijn suggestie aan onze minister van Justitie: moeten we op de juridische term verkrachting niet gewoon wettelijk hogere maximumstraffen zetten? Alle slachtoffers zijn hem nu al dankbaar.”