OPINIE. "We zagen Trump niet aankomen door ons vooruitgangsgeloof"

Print
OPINIE. "We zagen Trump niet aankomen door ons vooruitgangsgeloof"

Foto: HBvL

Hier staan we dan. Een dag na de vreemdste Amerikaanse verkiezingen van de afgelopen decennia zitten we opgezadeld met een duister perspectief. Dat een xenofobe brulboei in januari plaats zal nemen op de stoel die acht jaar geleden in handen kwam van een man die hoop en perspectief gaf aan de wereld, is een harde klap in het gezicht van eenieder die geloofde in de gestage vooruitgang van onze samenleving.

Acht jaar geleden was er nochtans hoop. Dat na een oorlogsstoker als Bush uitgerekend de eerste zwarte president werd verkozen, hield mijzelf als jonge Leuvense student de hele nacht wakker. Anno 2016 is van dat vooruitgangsgeloof nog maar weinig over. Dit jaar lijkt een kantelpunt te worden in de geschiedenis. De Britse uittrede uit de Europese Unie, de verkiezing van Trump. Als geschiedenisboeken het later over 2016 zullen hebben zal dat niet met veel lof zijn. Of zoals een Amerikaanse journalist het leuker verwoordde: over 100 jaar is het antwoord op zowat elke Trivia-vraag: 2016.

Wat heeft ons zo ver gebracht? Er zijn veel redenen: de druk van de al jaren slabakkende wereldeconomie, de verschuiving van het unipolaire machtscentrum van de wereld van de Verenigde Staten naar een multipolair systeem met China als bedreigende exponent, de onrust in het Midden-Oosten en de opkomst van IS, bijhorende vluchtelingenstromen en groeiende angst voor het vreemde. Het zijn op elkaar ingrijpende lijnen die overal in de vrije wereld bewegingen tevoorschijn doen komen die parasiteren op de begrijpelijke angstgevoelens van de gewone man.

Dat we ondanks al die signalen de verkiezing van Trump dan niet zagen aankomen, heeft veel te maken met ons vooruitgangsgeloof. We hebben het uiterst moeilijk met de idee dat er ook achteruitgang mogelijk is. Dat we geen rationele verklaring kunnen vinden voor de steun voor het leave-kamp of de houding van Trump-stemmers, pijnigt ons eigen denkkader. Maar op een veel dieper niveau zit een geloof in de inherente, lineaire opgang van de mensheid dat zich de afgelopen decennia onder invloed van de consumptiemaatschappij en relatieve wereldvrede in de huidige generaties heeft genesteld.

Generaties voor wie de herinnering aan de gruwelen van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog hoogstens een verre echo zijn. Ja, we kijken af en toe wel eens naar de documentaires over de Holocaust, maar de wereld is er sindsdien toch op vooruitgegaan? Dat er anno 2016 nog oorlogen als in Syrië en Irak mogelijk zijn, stuit bij velen op onbegrip. Waarom kan zo'n conflict niet opgelost worden? We zijn toch allemaal mensen die - op een paar schurken na - het beste met de wereld voorhebben? Of niet?

Net dat vooruitgangsoptimisme speelt ons nu voor het eerst echt parten. Velen leken in de nadagen van de Koude Oorlog vergeten dat de ontwikkeling van de maatschappij in het verleden vaak een aaneenschakeling was van enorme opgang, maar ook diepe dalen. De Amerikaanse socioloog Francis Fukuyama had het na de val van de Berlijnse muur op 9 november 1989 - gisteren exact 27 jaar geleden - over het 'einde van de geschiedenis'. Alsof er met de ineenstorting van het communisme en de triomf van het kapitalistische westen een soort volmaakte vorm van de mensheid was bereikt.

Dat beeld kwam pas onder druk te staan toen in september 2001 drie vliegtuigen zich in het WTC en het Pentagon boorden. Hoe kon iemand ons samenlevingsmodel zo haten? We waren in slaap gesukkeld in de jaren 90. Op de tonen van de Spice Girls wentelden we onszelf in het eigen superieure wereldbeeld. Onze reactie was veelzeggend. We zouden onze waarden en democratie wel even verspreiden naar de rest van de wereld. Ook al moest dat onder valse voorwendselen gebeuren, zoals in Irak in 2003. Dat de economische crisis die daarop volgde - de grootste sinds de beurscrach van 1929 - ons amper leek te raken, leek het korte alarmsignaal uit 2001 te doen verstommen. Het sociale vangnet deed - in Europa alleszins - zijn werk. Van massale werkloosheid was geen sprake. Extreemrechts leek op de terugweg.

Toch werd het tegelijkertijd voor veel jongeren duidelijk dat de wereld die zij over enkele jaren zullen erven, er een is die met grote problemen kampt. Het welvaartsniveau dat hun ouders in de gouden decennia hebben opgebouwd, komt stilaan onder druk te staan. Nieuwe generaties zullen het niet noodzakelijk beter hebben dan de vorige. Huizen en auto's worden niet almaar groter of luxueuzer dan dat van vader of moeder. En dan is er nog de klimaatdreiging die als een zwaard van Damocles boven de 21ste eeuw hangt.
Moeten we ons daarom zorgen maken na gisteren? Zeker wel. Dat Trump van plan is de CEO van een oliebedrijf te benoemen tot klimaatminister is wraakroepend. Maar dat betekent niet dat we moeten vervallen in pessimisme of onbegrip.

Ons verplaatsen in de drijfveren van historische evoluties is essentieel om opnieuw op de weg naar vooruitgang te komen. Die weg leidt niet langs één welbepaald stijgend pad, zoals generaties na de Tweede Wereldoorlog leken te denken. Als het jaar 2016 iets duidelijk maakt, is het wel dat de maatschappelijke vooruitgang geen lineaire evolutie is, maar een route die hobbelig is en vol obstakels ligt. Maar laat ons terugslagen als de Brexit of de verkiezing van Trump er niet van weerhouden om te blijven geloven in de vooruitgang die er vroeger of later hopelijk toch zal komen. De toekomst is - ook met Trump en na de Brexit - niet aan polarisatie of minder samenwerking. Wel integendeel.