Er zijn best veel argumenten te bedenken om een basisinkomen in te voeren

Print
Er zijn best veel argumenten te bedenken om een basisinkomen in te voeren

Foto: LD

Volksvertegenwoordiger Nele Lijnen (Open Vld) heeft in de Kamer een voortel van resolutie ingediend waarin ze vraagt dat het Planbureau een studie zou doen naar de financiële implicaties van de invoering van een basisinkomen voor alle Belgen.

Neen, een basisinkomen – te verstaan als een inkomen dat elke Belg van de overheid krijgt zonder dat men daarvoor ook maar enige tegenprestatie moet leveren – is niet voor morgen. Maar met haar voorstel van resolutie heeft Nele Lijnen het wel formeel op de politieke agenda geplaatst. Dat is zinvol, omdat er in zowat alle Europese landen wordt nagedacht over zin en onzin van een basisinkomen. Dat het nu pas gebeurt, is dan weer vreemd omdat Nele Lijnen en haar geestelijke vader Roland Duchâtelet al eind jaren negentig het basisinkomen propageerden.

 

Er zijn best veel argumenten te bedenken om een basisinkomen in te voeren. Nu is het al zo dat de overheid ervoor zorgt dat mensen zonder een inkomen - omdat ze bijvoorbeeld geen werk kunnen vinden of omdat ze een tijd lang niet werken om voor een ziek familielid te zorgen - toch een bepaald inkomen krijgen; zij het onder voorwaarden. Met een basisinkomen zou men onze vele SZ-stelsels én ons fiscaal systeem drastisch kunnen vereenvoudigen en tegelijk kunnen besparen op onze administratie. Het kan ook helpen om armoede te voorkomen en de ongelijkheid te verkleinen. En het geeft meer financiële vrijheid om zich voor een stuk te onttrekken aan de ratrace. Het is ook de vraag of er op langere termijn wel voldoende werk zal zijn voor iedereen, in de wetenschap dat nu ook de administratieve diensten worden geautomatiseerd. Al willen we dit laatste meteen zelf nuanceren. Omdat we uit onze geschiedenis weten dat we altijd al arbeid vervangen hebben door kapitaal en er uiteindelijk toch altijd meer mensen werken omdat we ook altijd meer behoeften hebben die moeten worden ingevuld.

De hamvraag is uiteraard de vraag hoe groot dat basisinkomen moet zijn. Is het te hoog, dan gaat niemand nog willen werken en wordt het systeem onbetaalbaar voor de staat waardoor het meteen weer verdwijnt. Is het te laag, dan kan men niet langer spreken van een inkomen maar hoogstens van een aalmoes en zal het alle mogelijke positieve gevolgen van een basisinkomen op voorhand hypothekeren. Dat is een moeilijke oefening, omdat men alle mogelijke gevolgen, zowel in winst als verlies, mee in rekening moet brengen. Daarom zou het goed zijn dat het Planbureau alvast een eerste worp doet, waarna men met meer kennis van zaken de echte politieke discussie kan openen.