FIFA beboet tien landen na incidenten tijdens WK-kwalificatiematchen

Print
Tien landen zijn donderdag door de tuchtcommissie van de Wereldvoetbalbond FIFA bestraft voor incidenten in hun WK-kwalificatiematchen. De hoogste boetes gingen naar Albanië en Kroatië, die allebei 50.000 Zwitserse frank (ruim 46.000 euro) moeten betalen. Iran, Kosovo, Brazilië, Paraguay, Estland, Oekraïne, Chili en Argentinië kregen lagere boetes, gaande van 13.900 euro tot 41.600 euro.

De straffen werden opgelegd na wangedrag van supporters. In Iran (41.600 euro) vond een religieuze manifestatie plaats tijdens een WK-kwalificatiewedstrijd, wat door de FIFA verboden is.

Kosovo (27.800 euro) en Kroatië werden bestraft omdat hun supporters in de eerste thuiswedstrijd van Kosovo ooit in de WK-kwalificaties anti-Servische liederen zongen. De wedstrijd werd in buurland Albanië afgewerkt, omdat Kosovo zelf geen enkel stadion heeft dat goedgekeurd is door de Wereldvoetbalbond.


Albanië werd zwaar beboet voor het aansteken van Bengaals vuurwerk tijdens de wedstrijden tegen Spanje en Liechtenstein.
Brazilië (23.100 euro), Paraguay (18.500 euro), Estland (18.500 euro), Oekraïne (13.900 euro), Chili (13.900 euro) en Argentinië (13.900 euro) kregen straffen omwille van "discriminerend en onsportief gedrag, waaronder het zingen van homofobe liederen, van de supporters". Voor Chili is het al de achtste boete in deze kwalificatiecampagne.

België kreeg een verwittiging voor het ontsteken van rookbommen tijdens de wedstrijd tegen Bosnië en Herzegovina op 7 oktober.