Alle betrokkenen in PKK-dossier buiten vervolging gesteld

Print
Alle betrokkenen in PKK-dossier buiten vervolging gesteld
De Brusselse raadkamer heeft alle verdachten in het dossier rond de Koerdische Arbeiderspartij PKK buiten vervolging gesteld. Het federaal parket had gevraagd om 36 personen en vennootschappen naar de correctionele rechtbank te verwijzen voor deelname aan de activiteiten van een terroristische groep maar de raadkamer oordeelde dat het Turks-Koerdische conflict beschouwd moet worden als een gewapend conflict en dat de terrorisme-wetgeving dus niet van toepassing kan zijn. Het federaal parket kan daartegen wel nog in beroep gaan bij de kamer van inbeschuldigingstelling.

Het dossier werd in oktober 2015 ingeleid voor de Brusselse raadkamer en daar herhaaldelijk uitgesteld maar is het resultaat van een gerechtelijk onderzoek dat al in 2006 van start ging. Uit dat onderzoek zou volgens het federaal parket gebleken zijn dat de PKK in België en in andere West-Europese landen op grote schaal jonge Koerden zou ronselen. Die zouden uit hun familiale omgeving weggerukt worden en in kampen in de Oostkantons, Irak en Griekenland klaargestoomd voor de gewapende strijd. Daarnaast zou de PKK zich in België bezighouden met de aanmaak en handel in valse identiteitsdocumenten en zou ze aan fondsenwerving doen bij particulieren en handelaars, veelal onder bedreiging of met geweld. Het radiostation Mesopotamia, dat onder het televisiestation ROJ-TV in Denderleeuw valt, zou volgens het federaal parket dienst doen als operationeel PKK-communicatiekanaal. Bij de verdachten zijn Remzi Kartal en Zubeydir Aydar, in 2010 de voorzitter en ondervoorzitter het Kurdistan National Kongress, maar ook werknemers van ROJ-TV en het bedrijf achter het televisiekanaal zelf, ROJ NV.