DE KERN

“Bedrijven schrijven hun investeringen over vele jaren af. Ook overheden moeten dan kunnen. Anders investeren ze niet meer en dat schaadt de economie”

Print
“Bedrijven schrijven hun investeringen over vele jaren af. Ook overheden moeten dan kunnen. Anders investeren ze niet meer en dat schaadt de economie”

Foto: HBvL

Federaal minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) wil dat de Europese begrotingsregels versoepeld worden zodat het opnieuw mogelijk wordt om meer te investeren buiten de begroting of om investeringen minstens over meer jaren te mogen afschrijven. Nu is dat bijna niet mogelijk. Omdat de overheidsfinanciën van de meeste lidstaten ontspoorden, heeft de Europese Commissie strenge begrotingsregels opgesteld: beperking van begrotingstekorten, afbouw van de staatsschuld en het opnemen van investeringen in de begroting.

De vraag van minister Van Overtveldt wordt nu eerst in werkgroepen besproken. In het najaar nemen de Europese ministers van Financiën een beslissing. We mogen hopen dat ze Johan Van Overtveldt volgen. Want het gevolg van de Europese begrotingsregels is dat de meeste lidstaten steeds minder investeren in hun infrastructuur. Gemiddeld nog maar 3 procent van het bruto binnenlands product, in België zelfs nog maar 2,5 procent van het bbp.

Dat het in België zo weinig is, komt omdat de forse toename van de werkloosheid bij economische crisissen hier werd opgevangen met meer overheidstewerkstelling en door de overheid gesubsidieerde tewerkstelling. Het maakt dat al onze overheden geconfronteerd worden met hoge personeelskosten en dat compenseren met besparingen op hun werkingskosten en investeringen. Maar besparingen op investeringen zijn nefast en leiden tot een neerwaartse spiraal. Wanneer men niet investeert, verloedert de infrastructuur en wordt men minder competitief. Het gevolg is minder economische groei en minder fiscale inkomsten waardoor men nog minder kan investeren.

Deze cirkel moet worden gekeerd. Wanneer bedrijven investeren, dan schrijven ze die af over vele jaren. Ook overheden moeten dat kunnen. Voorwaarde is wel dat die investeringen duidelijk omschreven worden, kwestie van nieuwe begrotingsontsporingen te voorkomen. We denken dan aan investeringen in auto-, spoor- en waterwegen, in internet- en telecomnetwerken, in alternatieve energieproductie en in onderzoek en ontwikkeling. Een mooi voorbeeld daarvan is de Oosterweelverbinding. Indien Vlaanderen de investeringen voor deze werken vier tot vijf jaar lang in de begroting moet opnemen, dan kan dit enkel indien ze fors bespaart op onderwijs en welzijn. Het alternatief is het spreiden van de werken over bijvoorbeeld 20 jaar. Tweemaal een onbegonnen opdracht. Terwijl iedereen beseft dat de Oosterweelverbinding absoluut noodzakelijk is om de Vlaamse economie overeind te houden.