Carl Huybrechts

Het verdriet van onze kleintjes

Print
Het verdriet van onze kleintjes

Foto: HBvL

Elke week levert HALLO-recensent Carl Huybrechts snedige commentaren bij wat hij op tv ziet.

Mijnheer Wilmots, weet u wat ik u het meest kwalijk neem? Dat u mijn kleine jongens zoveel verdriet hebt aangedaan. Ze waren maandag vrolijk huppelend naar school gelopen, uitgedost met rood-geel-zwarte pruiken en pluchen vikinghelmen in dezelfde kleuren, ze hadden tricolore streepjes op hun wangen, ze glunderden net zoals al hun vriendjes en de tienduizenden schoolkinderen die vol hoop en blijdschap en met vlaggetjes en De Bruyne-shirts aan die mooie maandag begonnen. Zelf ben ik niet zo’n Belgicist, ik wil wel zingen voor vrijheid en voor recht, niet voor vorst. Maar dat leg je nog niet uit aan dat kleine grut. Des avonds zaten de poepies huilend op de bank, ontroostbaar, hun helden versaagden en de wereld stortte in. En dat, mijnheer Wilmots, is uw schuld. De opmerkelijk hoge mate van onbekwaamheid waarmee u het nationale elftal leidt ligt ten grondslag aan het verdriet van onze kleintjes. U hebt tegen Italië zoveel foute keuzes gemaakt, zoveel verkeerde mensen opgesteld en ze dan ook nog eens op de verkeerde plaats gezet, dat behoorlijk voetballen onmogelijk was. Nochtans had u goede raad genoeg gekregen, in alle kranten en tijdschriften gaven oud-voetballers met een veel grotere staat van dienst dan de uwe en coaches met een veel helderder inzicht in het spel en een mooier palmares voortdurend de juiste weg aan. U sloeg dat advies in de wind, met een air die u niet past omdat ze niet matcht met uw komaf. Natuurlijk, u bent ook maar aangesteld door mensen die geen zak van voetbal kennen, lui die nooit tegen een bal getrapt hebben, de bobo’s, potentaten die zich in Brussel ophouden en denken dat ze aan niemand verantwoording verschuldigd zijn. Maar dat is niet zo. Het nationale elftal is een zaak van het volk, een aangelegenheid van nationaal belang. Dat bleek andermaal uit de stortvloed aan reacties na de wanvertoning van maandagavond. Eén tweet viel me erg op: “Geldt een volksraadpleging ook voor het aanstellen of bedanken van een nationale coach?” Daar zit veel meer in dan u bij de eerste lezing zou denken. De keuze zou namelijk in eerste instantie moeten gemaakt worden door kenners, een groep van topvoetballers en oude toppers, en daarna voorgelegd worden aan het volk. Maar voorlopig krijgt u carte blanche, mijnheer Wilmots. U mocht ook van geluk spreken dat Peter Vandenbempt, de VRT-journalist die zichzelf graag laat voorstellen als de meest kritische van de bende, u alleen maar eitjes van opmerkingen voorlegde. “Het kwam er niet uit in de aanval” en “De Italianen waren wel erg goed georganiseerd.” Hij had moeten vragen: “Voelt u zich verantwoordelijk, coach?” Of beter nog: “U bent verantwoordelijk voor de wanprestaties van onze grote talenten, trekt u daar lessen uit?”

Rik De Saedeleer heeft zich sinds u aan het roer staat al meermaals omgedraaid in zijn graf. In de memoires van de grote voetbalfilosoof staan enkele bruikbare richtlijnen voor een bondscoach, voetbalaxioma’s die honderd jaar geleden golden en over honderd jaar nog van kracht zullen zijn. Bijvoorbeeld: in een nationale selectie slijpt men moeilijk automatismen, collectieve acties of reacties die vooral onder druk van pas komen. Dus als u in de selectie de beschikking hebt over twee of meer mensen die in hun clubelftal naast elkaar spelen, dan moet u daar niet over nadenken, gewoon overnemen. Nog één: in een nationale ploeg zet u een speler op zijn natuurlijke en dus beste plek. Een geschoolde linksback zet u linksachter, een type als De Bruyne hoort centraal te staan, een echte verdedigende middenvelder zoals Nainggolan, zet u op nummer zes. Maar ja, waar moet u dan met al uw Waalse vriendjes naartoe?

Hopelijk nemen de intelligente spelers straks het heft in eigen handen. Het kan alleen maar beter gaan.