Carl Huybrechts

België, sidder en beef

Print
België, sidder en beef

Foto: HBvL

Elke week levert HALLO-recensent Carl Huybrechts snedige commentaren bij wat hij op tv ziet.

‘Beste Vrienden’ is te slap om naar te kijken, laat staan om er veel aandacht aan te wijden, maar vorige zondagavond ging iemand ongelukkigerwijs op het telenetbakje zitten en zodoende schoven we met z’n allen even uit naar Eén. Het euvel werd snel rechtgezet maar in die enkele seconden zagen we Maarten Vangramberen en Cath Luyten zich ergens op een exotisch strand vrolijk opwinden om niets. Rusthuistelevisie. Het deed me er wel aan denken dat ik u wellicht moet waarschuwen voor het (zo te zien) uit zijn voegen barstende ego van de sportjournalist. Ik zag namelijk bij Sporting Telenet een stukje ‘Fanatico’, een sportmagazine voor jongeren dat inhoud put uit de wijsheid der ouderen. In de rubriek Nachtwaker, waarin een landelijke coryfee zijn bewondering uitspreekt voor een grote ster, was Vangramberen aan de beurt. Hij zou het over Usain Bolt hebben maar maakte van de hem toebedeelde zendtijd handig gebruik om vooral zichzelf in the picture te plaatsen. Usain Bolt mocht eigenlijk van geluk spreken dat hij mee op de foto stond met Maarten en dat Maarten hem destijds ook  had willen interviewen. We kregen nog meer foto’s te zien van Maarten in sportuitrusting op de tartanbaan van het Vogelnest-stadion in Peking, ter gelegenheid van de Olympische Spelen aldaar. Maarten poseerde er ook apetrots bij het scorebord op het grasveld, naast de weinig indrukwekkende tijd die hij had neergezet op de 400 meter. Het Karl Vannieuwkerke-virus (de Gollum uit de Westhoek) is besmettelijker dan ik dacht. Van de sportwereld en zijn sterren misbruik maken om jezelf en vedette op te voeren. U herinnert zich misschien vaag de serie over de grootste wielrenner aller tijden die geheel ten onrechte niet de naam kreeg ‘Merci Vannieuwkerke’. Af en toe dook Eddy Merckx daar eens in op, geen mens snapt waarom.

Over vedetten gesproken, binnenkort staan de Rode Duivels oog in oog met één van de meest succesvolle voetballers aller tijden, de fabelachtige en nukkige ster Zlatan Ibrahimovic. Canvas zond vorige dinsdag een oude Zweedse documentaire over hem uit. Ze belichtte zijn opkomst bij Malmö en Ajax en zijn doorbraak bij Juventus. Daar hield het programma helaas  op. Zlatans verwezenlijkingen bij Inter, Barcelona en AC Milaan en zijn fenomenale zegetocht met Paris Saint-Germain kwamen niet aan bod. In de documentaire werd duidelijk dat een jonge sporter uit eenzaamheid en sociaal isolement zoveel kracht kan putten dat hij besluit de wereld te veroveren. Het is een bekend gegeven. Zlatans ouders waren Serviërs die in Zweden neerstreken en vrij snel na zijn geboorte uit elkaar gingen. Zijn moeder beheerste na 20 jaar nog steeds niet voldoende Zweeds om de berichtgeving over haar zoon op de televisie te kunnen ontcijferen. Toen zijn transfer naar Ajax het nieuws haalde, belde ze hem in paniek op, ze dacht dat er iets verschrikkelijks aan de hand was. Vader Ibrahimovic, een trotse stijfkop, kon niet koken. De kleine Zlatan deed dat dan maar, om zichzelf en z’n papa in leven te houden. David Endt, destijds de uiterst beminnelijke ploegverantwoordelijke bij Ajax, vertrouwenspersoon van vele grote spelers, zei: “Ik raakte nogal makkelijk binnen bij de meeste voetballers, ze legden vaak hun ziel voor me bloot, maar bij Ibrahimovic kwam ik er nooit door. Hij bleef achter een muur van wantrouwen en frustratie schuilen.” Nochtans werd Ibrahimovic met alle clubs waarvoor hij speelde één- of meermaals kampioen, ook met Juventus, Inter Milaan, AC Milaan, Barcelona en natuurlijk Paris Saint-Germain. Hij schreef in al die grote competities 13 landstitels op zijn naam en werd vrijwel overal topschutter. In zijn jongste seizoen in de Franse League 1 maakte hij 38 goals. België, sidder en beef. Zlatan lust ons rauw.