Uitdaging

Print
Uitdaging

Foto: HBVL

We schreven het gisteren al. De Nationale Bank verwacht dit en de komende twee jaar 140.000 bijkomende banen. Dat is goed nieuws, want er is niets socialer dan de creatie van nieuwe banen. Het betekent dat wie die nieuwe banen invult, geen uitkering nodig heeft maar zelf een inkomen heeft waar hij belastingen en SZ-bijdragen op betaalt en op die manier solidair bijdraagt aan onze sociale zekerheid.

Die nieuwe banen zijn nog altijd volgens de Nationale Bank vooral een gevolg van de regeringsmaatregelen. Die doen pijn want grijpen voor een stuk in op verworven rechten. Het is jammer dat de vakbonden daar actie tegen voeren. Want door een beetje in te leveren op verworven rechten, maakt men het mogelijk dat meer mensen een job hebben. Men noemt dat solidariteit.

In welke mate werk belangrijk is, kan men afleiden uit de armoedecijfers. Die is groter in Brussel en Wallonië. In Wallonië leeft 17,5 procent van de kinderen en 18,5 procent van de volwassenen in een gezin waar niemand werkt. In Brussel is dat zelfs 22,2 procent van de kinderen en 25,7 procent van de volwassenen. Daarmee zijn Brussel en Wallonië de slechtste leerlingen van de Europese klas. Het verschil met Vlaanderen is schrijnend. In Vlaanderen leeft 6,6 procent van de kinderen en 8,6 procent van de volwassenen in een gezin waar niemand werkt. Het zou goed zijn dat de vakbonden, in het bijzonder de Franstalige vakbonden, zich daar vragen over stellen.

Waar de vakbonden wel gelijk in hebben, is hun vraag naar aandacht voor het toenemende probleem van sociale ongelijkheid. Vooral laaggeschoolden krijgen het moeilijk. Er mogen al meer jobs zijn en nog meer bijkomen, laaggeschoolden hebben het moeilijk om zo’n job te pakken te krijgen. Men zou kunnen zeggen dat dit de verantwoordelijkheid is van de jongeren en hun ouders, er moet gestudeerd worden. Dat is iets te kort door de bocht, er zijn vele verklaringen waarom iemand niet studeert, zoals de vicieuze cirkel van de armoede.

Mensen die geen job kunnen vinden, zijn veroordeeld tot een uitkering. Helaas stellen we dan vast dat die uitkeringen alsmaar minder volstaan om boven de armoedegrens uit te stijgen. Dit kan niet. Wie een beroep doet op een werkloosheidsuitkering, verklaart zich bereid om te werken. Men moet werklozen begeleiden naar werk en streng toezien op hun bereidheid om te werken. Maar wie dan nog geen werk vindt, moet recht hebben op een volwaardige uitkering. Ook hier moet de regering Michel werk van maken. Dat zijn we onszelf verplicht als welvarend land.