Carl Huybrechts

Het ligt aan het shirt

Print
Het ligt aan het shirt

Foto: HBvL

Mijn vrouw is de wanhoop nabij. Na al het play-off- en Champions League-voetbal komt er nu ook nog een volle maand Europees voetbal aan. Daarover enkele bedenkingen.

Sergio Ramos is een slager die bij Real Madrid speelt. Hij is een centrale verdediger. Zijn belangrijkste wapens: terreur en geweld. Real Madrid is de ex-ploeg van Franco. Real Madrid speelt in het wit, maar het is een club met een gitzwart verleden. Sergio Ramos is er op zijn plaats. In de verlenging van de Champions League-finale, toen Real onderlag bij Atletico, pleegde hij een aanslag op onze nieuwe lieveling Yannick Carrasco, de Genkse halfbroer van Kevin De Bruyne. Carrasco versnelde sierlijk als een hert op het middenveld, de bal voor zich uit drijvend. Sergio Ramos ging achter hem aan, en zonder één enkele kans de bal te kunnen raken, schopte hij naar de benen van Yannick. Die ging in volle spurt neer, het had heel fout kunnen aflopen.

De Britse scheidsrechter Mark Clattenburg hoorde Ramos uit te sluiten maar deed dat niet. Hij had ook al, in de eerste helft, een ongeldig doelpunt van Ramos gevalideerd. Real zegevierde onverdiend, na penalty’s. Wij volgden de wedstrijd nagelbijtend als gelegenheidssupporters van Atletico, fanatiek anti-Real. Nochtans hadden wij weken eerder het team van gangster-coach Diego Simeone verwenst omdat het er met afbraakvoetbal in geslaagd was de adorabele artiesten van Barcelona uit de Champions League te kegelen. En een Europese finale zonder Barcelona is als een dansavond zonder muziek. Er valt niks te beleven.


Christiano Ronaldo speelt ook voor Real Madrid. Hij is een zelfingenomen hufter die stijf van zelfverheerlijking de idiootste poses aanneemt wanneer hij scoort. Als Messi scoort, neemt hij iedereen mee in zijn spontane jongensachtige geluk, als Ronaldo een goal maakt verschraalt de viering tot versteend misbaar. Weerzinwekkende aanstellerij. Een doelpunt van Ronaldo voor de Koninklijke doet elke niet-Real Madrid-supporter zeer in het hart. Edoch, wanneer Christiano Ronaldo in het groenrode shirt van Portugal de bal opeist en aan een van zijn indrukwekkende raids begint en één van zijn telegeleide verschroeiende kogels lost, dringt de schoonheid en de kracht van zijn spel ook tot ons door.  Spelers wekken afkeer of sympathie door een ander shirt aan te trekken.

Alleen Messi en Iniesta, die beiden virtuositeit aan bescheidenheid koppelen, oogsten overal applaus. Iniesta is de meest verfijnde middenvelder in de geschiedenis van het Europese voetbal, geniaal en doeltreffend, nooit een irritant gebaar, altijd kunst. Wie met Iniesta is, is met ons. Dus wanneer Sergio Ramos op het Europese Kampioenschap aan de zijde van Andres Iniesta zal strijden in het Spaanse nationale elftal (dat zijn titel verdedigt) zal hij op onze bijval mogen rekenen. Op het EK kan Ramos niks verkeerd doen. Hij mag iedereen doorzagen. Behalve Carrasco en Dries Mertens.

Wat te verwachten van de Rode Duivels? Als Marc Wilmots het uitdokteren van de taktische plannen zou overlaten aan de uitgekookte jongens in de groep, De Bruyne en Vertonghen bijvoorbeeld, ja dan misschien… Zelf is hij te druk bezig met een plaatsje te zoeken voor Witsel in zijn elftal. ’t Is niet de eerste keer dat angst voor communautaire onvrede een bondscoach verkeerd inspireert. Het fenomeen is ook in de schoot van de Spaanse Selección bekend. Toen Real Madrid drie jaar geleden de Spaanse beker, de Copa Del Rey (beker van de koning) won door Barcelona in de finale met 2-1 te verslaan, reageerde Gerard Piqué, een Catalaanse sterspeler en vrijheidsstrijder, laconiek: “Fijn voor Real, ’t is hun koning, niet de onze.”