Carl Huybrechts

Chaussée D’Amour: "Weer eens een flinke portie blote tieten"

Chaussée D’Amour: "Weer eens een flinke portie blote tieten"

Foto: HBVL

Telenet, het kabelbedrijf dat ook zo graag zelf content maakt, wilde uitpakken met een eigen HBO- of Netflix-achtige serie. Een aan de ribben klevend feuilleton dat bol staat van de spanning en de schitterende acteerprestaties. Een Vlaamse reeks die pakweg ‘Breaking Bad’, ‘Fargo’, ‘True Detective’ of ‘House Of Cards’ naar de kroon kan steken.

(opgelet: spoilers)

Daarvoor ging Telenet in zee met productiehuis deMENSEN. ‘Chaussée D’Amour’ speelt zich af langs een stuk Vlaamse steenweg waar de zwoele lichten lokken van bordelen en vitrines met fijne vleeswaren. De twee bekendste echte hoerenstroken in Vlaanderen, de Chaussées d’Amour in Deinze en natuurlijk Sint-Truiden, stonden model. Een interessante achtergrond en een goed bedachte gelegenheid om tien jaar na ‘Matroesjka’s’ weer eens een flinke portie blote tieten voor de Vlaamse kijker te devoileren, want dat is toch een ingrediënt dat de gemiddelde huisvader tot kijken aanzet (ik geloof niet dat er in ‘Breaking Bad’ veel bloot te zien was, de spanning en de fantastische storyline maakten veel goed, denk ik dan).

Het verhaal in ‘Chaussée D’Amour’ hangt met haken en ogen aan elkaar. Sylvia (Tiny Bertels) is gehuwd met een rijke en op het eerste gezicht tien jaar jongere gynaecoloog (Günther Lesage) die er plots van verdacht wordt een paar patiëntes oneervol te hebben betast (uitschuiver bij een uitstrijkje). Hij wordt op een avond, op het hoogtepunt van een groot feest in zijn eigen tuin voor de ogen van verbouweerde familieleden en vrienden gearresteerd. Een onwaarachtige procedure, politiemensen vallen nergens binnen na acht uur ’s avonds zoals we allen weten, tenzij om mee te vieren. Bovendien gaat het slechts om vermoedens, later in de serie blijkt de man onschuldig.

Van een valse start gesproken, maar voor Sylvia is het de aanleiding om haar twee kinderen stante pede mee te sleuren en te verhuizen naar een groezelig appartementje boven een hoerenkast die ze van haar overleden vader heeft geërfd. U ziet het al aankomen: de truttige burgervrouw wordt hoerenmadam en natuurlijk - geen enkel cliché wordt uit de weg gegaan - een hoerenmadam met een gouden hart. Volgt een rits petites histoires: het banale wel en wee van de meisjes van plezier, een brutale Albanese pooier (hoe kon het anders), de kinderen die hun eigen gangen gaan in het milieu (Romy Louise Wauters die dochter Eva speelt articuleert zo slecht dat ondertitels op hun plaats zouden zijn, én uitspraakles, maar ik dacht dat dit vaste prik is in een acteursopleiding), Reinhilde Decleir - de om onduidelijke redenen verstoten oma - die te pas en te onpas op de stoep staat, een ladyboy die eruit ziet als de rechtsachter van FC Seraing…

Er is ook een rode draad: bij graafwerken wordt een geraamte gevonden, een hoerenloper die twintig jaar eerder verdween, en een getormenteerde rechercheur (Dirk Roofthooft) met bizarre seksuele voorkeuren (hij probeert voortdurend de onderzoeksrechter op de mond te zoenen, zonder daarvoor geschorst te worden) zal die zaak koste wat het kost proberen op te lossen. Anders dan in bijvoorbeeld ‘Bevergem’, spreken alle personages een ander Vlaams dialect - ook binnen één familie - het hakt in de al wankele geloofwaardigheid.

Gelukkig zijn er Josse De Pauw, als de op de terugweg zijnde superpimp, Frank Focketyn, als schichtige garagist, Dirk Roofthooft en Geert Van Rampelberg, kanjers die met hun uitstraling en metier overal wel overeind blijven, ’t is een troost.

Het mocht, dat was vooraf gezegd, allemaal wat explicieter zijn dan in pakweg ‘Thuis’, maar toen Bertels op de sofa Rampelberg beklom en langdurig begon te likken en te tongzoenen, gingen we thuis door gêne overvallen allemaal snel wat anders doen, een drankje halen of zo. We kregen daarvoor ruim de tijd. Om maar te zeggen dat het tempo ook aan de lage kant ligt.