Carl Huybrechts

Hollywood In Het Echt

Print
Hollywood In Het Echt

Foto: HBvL

HALLO is geen dagblad, HALLO holt de hete actualiteit niet achterna, HALLO kroest met de waardige traagheid die bij het weekend past. Het is nu dinsdag en ik verblijf twee dagen in de zuidoostelijke binnenlanden van Andalusië, tussen Sevilla en de Atlantische kust. Ik raakte betrokken bij een olijfolie-avontuur waarvan u over enkele maanden nog veel zult horen, althans dat wil ik hopen.

Ik verliet ons land na het mooiste en warmste meiweekend ooit tijdens hetwelk de kinderen godganse dagen in hun blootje in het plonsbadje plensden. Ik sta hier ook tot aan mijn knieën in het water, het koudste en natste lenteweekend uit de geschiedenis van het zuiden van het Iberische schiereiland (sinds de waarnemingen in Madrid begonnen). Hevige winden jagen stormvlagen over de boomgaarden, de landwegen zijn herschapen tot rivieren, ik heb alleen wat T-shirts bij en een paar zomerschoentjes.

Ik verzuip. Op de Spaanse televisie tateren klaterende dames - ik schat ze tussen de dertig en de vijftig, a very desirable age - van twaalf tot twee hondertwintig minuten vol. Er valt geen seconde stilte, het lijken wel Vlaamse voetbalcommentatoren. Maar veel mooier. De tv-señoras zijn net als hun Italiaanse collega’s zeer opzichtig opgemaakt. Enorme wimpers, smokey eyes, en vuurrood gestifte voluptueuze lippen die je naar het scherm zuigen. ’t Is wel wat anders dan het sobere kleurenpalet waarmede bijvoorbeeld Annelies Van Herck of Hanne Decoutere worden onder handen genomen. Kijk ’ns effe op TVE, kanaal 214 bij Telenet. Maar zet een zonnebrilletje op, het effect is oogverblindend.

Afgelopen weekend pikte ik nog een stukje van de gebroeders Coppens mee. Voor ‘Hollywood In Het Echt’ doken ze aan weerskanten van het Amerikaanse continent de oceanen in om tussen de haaien te zwemmen. Wel op z’n Coppens, dat wil zeggen heel voorzichtig en dicht bij de oppervlakte. Mathias en Staf heten niet Waes. Ze zijn gewoon bang als het de doorsnee-Vlaming past om bang te zijn. De doorsnee-Amerikaanse surfer kent dat gevoel niet, ook niet als hij zich in wateren begeeft waar je het risico loopt doormidden gesneden te worden door de scheermesscherpe tanden van de great white. De broers waagden zich aan de Hawaiiaanse kust in zee met een surfer die een jaar eerder op hetzelfde plekje zijn rechterbeen had gevoederd aan een haai. Je kon de angst op hun gezichten lezen, de aarzeling sloeg met de woeste golven tot in de huiskamer.

Even later werd één strand verder een andere waaghals het slachtoffer van een aanval door een haai. Been kwijt. Het scheelde dus niet veel of we hadden één van de twee Coppensjes niet heelhuids teruggezien. Dat beseften ze zelf ook wel, ze stonden vertwijfeld voor zich uit te staren, tranen welden op. Dat is goed in deze reeks; doordat Mathias en Staf voortdurend in elkaars buurt zijn, staat er geen rem op het outen van emoties. Blijdschap, verwondering of verdriet komen vanzelf, zelfs in een kooi onder water: “Shit man, zie wat een beest! Zo groot jong! Waaauw, en wij kunnen dat van zo dichtbij zien.” Helemaal niet verkeerd, die jongens.

Het water stroomt inmiddels mijn hotelkamer binnen. Ik heb een zwembroek bij, het enige kledingstuk dat nog droog is. Ik wil naar huis.