Carl Huybrechts

Topdokters

Print
Topdokters

Foto: LD

‘t Is goed in ‘t eigen hart te kijken, nog even voor het slapengaan… U behoort wellicht niet tot een generatie die dit gedichtje van Alice Nahon nog geleerd heeft op school. Ik helaas wel. Het kwam uit een ver verleden aanwaaien toen ik dinsdagavond naar VIER zat te kijken.

Een opengewrikte borstkas, een gapend gat met veel rood-geel-grijze smurrie, een hartspier die amechtig kloppend zijn werk probeert te doen terwijl zes hoofden met blauwe kapjes in de bloederige spelonk kijken en er van alles insteken en uithalen. ’t Zijn taferelen waar we thuis niet echt tuk op zijn, meestal kijken we de andere kant op. Maar deze keer niet. ‘Topdokters’ is zo knap gemaakt dat je geen hartslag wil missen.

In de eerste aflevering stond professor Dirk Van Raemdonck centraal, een ervaren thoraxchirurg aan het UZ in Leuven. De man, ik schat dat hij de zestig nadert, voerde een dubbele longtransplantatie uit, waarna een collega dezelfde patiënt ook nog een andere lever bezorgde, van dezelfde donor. Een driedubbele ingreep die iets voor negen ’s morgens begon en tegen half  één ’s nachts afgerond werd. “Ruim vijftien uur, from skin to skin”, sprak de professor, doelend op de tijd tussen de eerste insnijding en de laatste naaisteek bij het dichten van het vel. ’t Was op de limiet.

Patiënt Frédéric, een graatmagere Franstalige opticien, leed aan taaislijmziekte. Het is een erfelijke ongeneeslijke longaandoening die wanneer er geen transplantatie wordt uitgevoerd een levensverwachting van niet veel meer dan dertig jaar toelaat. Frédéric wachtte al ruim twee maanden op nieuwe organen (’t is gruwelijk, maar iemand met geschikte onderdelen moet ergens binnen een haalbare perimeter de geest geven, organen zijn beperkt houdbaar). Frédérics leven hing aan een zijden draadje. “Een week langer en we zijn hem kwijt”, sprak Van Raemdonck bezorgd. Toen rinkelde midden in de nacht de telefoon (een chirurgenleven hangt aaneen van de hazenslaapjes). De professor stuurde vanuit zijn slaapkamer een team de baan op, ging naar de keuken, smeerde enkele boterhammetjes, pakte ze zorgvuldig in en vertrok naar het ziekenhuis. Het eerste wat hij daar deed was Frédéric op de hoogte brengen. Topchirurgen horen niet alleen hoog opgeleide technici te zijn, maar ook warme mensen met uitzonderlijke empatische gaven. Leg maar ’ns uit aan iemand die ligt te zieltogen dat je ‘m helemaal gaat openbreken, zijn longen eruit halen en in één beweging ook de lever vervangen. Frédéric berustte in zijn lot, het was dit of stikkend sterven. “Bon courage”, zei de chirurg. Hij vergewiste zich er via de telefoon van of de inmiddels uitgesneden organen van goede kwaliteit waren. De longen waren niet echt honderd procent oké, “maar het is een kwestie van afwegen.” Hij liep naar het operatiekwartier, passeerde de schoonmaakploeg en vroeg: “Is ’t proper in de zaal?” “Ja, het blinkt”, lachten de jongens vanachter hun mondmaskers. Frédéric werd in afwachting van de aankomst van de bestelling alvast opengemaakt en van zijn rechterlong ontdaan. Daar arriveerde de frigobox. In plasticzakken op een bedje van ijs lagen de longen en lever die vier uur eerder nog deel uitmaakten van een ander lichaam. Na uren intensief werken vroeg Van Raemdock: “Hoe gaat het met mijn team?” Iemand zei zeer toepasselijk: “Your team is still razorsharp”, en alle hoofden knikten.

Het wonder voltrok zich. Grijze hompen zogen zich vol zuurstof en kleurden weer roze. Rond één uur ’s nachts werd een lichaam bedolven onder buisjes en druppeltellers naar intensieve gereden. Twee maanden later kwam de patiënt op eigen kracht op controle bij Dirk Van Raemdonck. Frédéric zei: “Ik wist dat u zou slagen.” De professor lachte minzaam en vertrouwde ons toe: “Hij is door het oog van een naald gekropen.” ‘Topdokters’ is een serie die aan de ribben blijft plakken.