Rechter onbevoegd in zaak tegen Bite Back

Print

In de zaak tegen dierenrechtenorganisatie Bite Back heeft de Brugse correctionele rechtbank zich onbevoegd verklaard. Volgens de rechter moet de zaak van belaging en laster als een drukpersmisdrijf voor het hof van assisen behandeld worden.

De bal ging aan het rollen toen Bite Back in december 2013 in een reportage wantoestanden in negen varkenskwekerijen aan de kaak stelde. De dierenrechtenorganisatie deed ook aangifte bij het parket, maar ving bot toen er geen overtredingen werden vastgesteld bij de boeren in kwestie. Enkele varkenshouders zouden naar aanleiding van de schokkende beelden in de reportage heel wat bedreigingen ontvangen hebben. Daarop beslisten de varkenskwekers om klacht in te dienen tegen Bite Back.

De vzw en twee oprichters moesten zich daarom verantwoorden voor laster en eerroof, lasterlijke aangifte en belaging. Volgens de verdediging, die de tenlasteleggingen betwist, zou de zaak echter voor het hof van assisen moeten behandeld worden. Het verspreiden van hun rapport ‘Varkensleed in Vlaanderen’ zou kunnen beschouwd worden als een drukpersmidrijf. “En volgens artikel 150 van de grondwet is het dan een zaak voor een volksjury. Dat artikel geldt uiteraard ook voor geschriften op het internet”, aldus meester Johan Verstraeten.

Het openbaar ministerie erkende op de zitting dat er een probleem is met de bevoegdheid van de correctionele rechtbank. Daarom vroeg het parket aan de rechtbank om minstens voor een deel van de tenlasteleggingen zich onbevoegd te verklaren. Volgens de burgerlijke partijen is de strafrechter wel degelijk bevoegd, omdat audiovisueel materiaal op internet niet als een drukpersmisdrijf beschouwd mag worden.

De rechter oordeelde dat de tenlasteleggingen van belaging en laster in dit geval inderdaad drukpersmisdrijven zijn. In het vonnis werd verwezen naar de gebruikte kanalen, zoals hun website en hun Facebookpagina. Bite Back stond ook terecht voor lasterlijke aangifte en omdat op hun rapport geen verantwoordelijke uitgever stond. Voor die feiten is de correctionele rechtbank wel bevoegd, maar de rechter oordeelde dat die feiten voor de goede gang van zaken samen met de drukpersmisdrijven voor het hof van assisen zouden moeten behandeld worden.

Het is nog niet duidelijk wat er nu met de zaak zal gebeuren. Het parket zal in principe een nieuwe vordering moeten opstellen.