Half vol

Print
Half vol

Foto: HBvL

Het voornaamste objectief van het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat zoals dat bijna drie jaar geleden werd goedgekeurd door de toenmalige Vlaamse regering-Peeters, was de omvorming van de Limburgse economie van een klassieke maakindustrie naar een kenniseconomie. Dat is nodig omdat we met onze klassieke maakindustrie, vaak filialen van multinationals, niet op kunnen tegen de lageloonlanden. Wat we nodig hebben, zijn bedrijven die met hun producten en diensten inspelen op de alsmaar sneller wisselende vragen vanuit de markt. Daarvoor is veel onderzoek en ontwikkeling nodig, meer ondernemerschap en de durf om ook te exporteren naar verre (groei)landen.

Zijn we daarin geslaagd? Het hangt er maar van af hoe men naar het glas kijkt. Is het half vol of half leeg? Indien men rekening houdt met het feit dat het SALK-uitvoeringsplan geen drie jaar oud is, dat de projecten eerst moesten worden voorbereid en dat in veel gevallen er ook eerst moest worden gebouwd, kan men zeggen dat het glas wel degelijk half vol is. We zouden de teruglopende werkloosheidscijfers en het groter aanbod aan vacatures als bewijs naar voren kunnen schuiven. Dat doen we niet, ze kunnen ook het gevolg zijn van de iets betere economische conjunctuur.

Wat dan wel? Daarvoor kijken we vooral naar de incubatoren. Ze zijn amper een jaar in gebruik en de laatste werd zelfs pas vorige vrijdag geopend, toch zijn ze al goed voor meer dan 150 bedrijfjes en bijna 500 werknemers. Daarvan zijn er zelfs al een aantal hun incubator ontgroeid. Ook de snelle ontwikkeling van de campussen is een positief verhaal. De Corda Campus is daar het bekendste voorbeeld van. Ooit was Philips goed voor bijna 3.000 werknemers in Hasselt. Nu staan op de Philips-site 90 bedrijven die samen ook goed zijn voor bijna 3.000 medewerkers.

Een ander mooi voorbeeld is C-mine in Genk. Op campussen is er een gemeenschappelijke dienstverlening. Dat brengt bedrijven gemakkelijker met elkaar in contact en leidt sneller tot nieuwe initiatieven. De eerste campus is het werk van LRM, de tweede van de stad Genk. Die twee werken nu samen bij de ontwikkeling van het THORpark in Waterschei en later misschien ook bij de ontwikkeling van de Fordsite tot een campus voor de nieuwe maakindustrie met o.a. een centrale 3D-printer.

Uiteraard is het nog te vroeg voor een definitieve balans. Veel initiatieven vragen om bevestiging. Toch is het toegestaan om optimistisch te zijn. Net zoals Limburg de sluiting van de mijnen overleefde, zal het nu ook de sluiting van Ford overleven.