Verlamming

Print
Verlamming

Foto: HBvL

Stel dat ik gisteren verjaard zou zijn. En dat ik een groot en ravissant feest georganiseerd had. Lekker eten, fijne sfeer en goede muziek. En stel dat daar, om weet ik wat voor reden, een vluchtende zelfmoordterrorist zou terechtkomen die zichzelf opblaast. Zou ik dan verantwoordelijk zijn voor de dood van mijn gasten?

We leefden dit weekend in een verlamd land. Concerten werden afgelast, winkelcentra ontruimd, restaurants en cafés gesloten. De hoofdstad van Europa herleid tot een spookstad. Niemand durft de vraag te stellen of die maatregelen buitenproportioneel waren. “Want je weet maar nooit”, zegt de volkswijsheid, en “als er iets zou gebeuren, zou je wel anders piepen.” 

Op een vreemde manier bestaat de kans dat de maatregelen van gisteren inderdaad levens gered hebben. Vorig jaar vielen er in ons land nog 715 doden op de weg. Als iedereen angstig thuisblijft, zal dat getal zeker dalen. Toch zouden we het niet in ons hoofd halen om te eisen dat de overheid het verkeer stillegt omdat ze anders die doden op haar geweten zou hebben. Omdat we zo’n maatregel terecht buitenproportioneel en draconisch zouden vinden. En omdat we vinden dat wie een ongeluk veroorzaakt de eerste verantwoordelijke is.

Uitgerekend omdat terrorisme onvoorspelbaar, ongeordend en kleinschalig is, kun je het zo moeilijk bekampen. We zullen nooit weten of extreme maatregelen aanslagen vermijden. Maar we weten wel dat we die extreme maatregelen niet kunnen volhouden.

De verantwoordelijkheid kan nooit liggen bij mensen die iets organiseren, handelaars die open zijn of een overheid die u niet van de straat haalt. De schuldigen zijn de extremisten die aanslagen plegen. Want het is normaal dat we op restaurant gaan, het is normaal dat we gaan winkelen en het is normaal dat we concerten en feesten organiseren. Het is de terrorist die de abnormaliteit is.

Maar het principe ‘better safe than sorry’ - beter té voorzichtig, dan nadien spijt hebben - heeft zijn grenzen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen de Britten meer naar theater, opera en bioscoop dan ooit voorheen. Ze gaven het signaal dat ze zich niet lieten afschrikken door de Duitse bombardementen. En de overheid stimuleerde dit. Want een volk dat weerbaar was, had meer kans om de oorlog te winnen. En wat meer is: waar tijdens de Eerste Wereldoorlog mensen nog vooral op zoek waren naar lichtvoetig escapisme, bloeide vooral de betere cultuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een welgemeende ‘fuck you’ van de Britten aan het adres van de aanvaller. Een signaal dat deze oorlog hen sterker zou maken dan ooit.

Noël Slangen
Ondernemer en politicus