Kwart van burgerslachtoffers in Syrië is vrouw of kind

Print

Een op de vier burgerslachtoffers in het Syrische conflict is vrouw of kind. Dat blijkt uit een studie van professor Debarati Guha-Sapir, directrice van het Centrum voor Onderzoek van de Epidemiologie bij Rampen van de UCL. De studie werd woensdag gepubliceerd in het British Medical Journal.

Uit een rapport van de Verenigde Naties blijkt dat er 191.369 identificeerbare gewelddadige burgeroverlijdens waren tussen maart 2011 en januari 2015. De onderzoekers analyseerden 78.769 van die overlijdens, op basis van gegevens van vier ngo’s, waaronder het Violations Documentation Center in Syria (VDC), dat over een lijst informanten beschikt in Syrië.

Een groot deel van de burgerslachtoffers leefde in de rebellenregio’s (77.646 overlijdens tegenover 1.123 in de door het regime gecontroleerde regio’s). Daarenboven waren één op de vier burgerdoden (26 pct) vrouwen of kinderen. Zij maken volgens de studie meer kans om het slachtoffer te worden van de zogenaamde “collateral damage” bij bombardementen en mortieraanvallen. Het VDC schat dat er 9.368 kinderen omgekomen zijn bij dergelijke aanvallen van, dixit de ngo, het regime van Bashar al-Assad.

Ter vergelijking: het aantal vrouwelijke slachtoffers in de Joegoslavische burgeroorlog van de jaren negentig, waar voornamelijk vuurwapens werden gebruikt, lag bijzonder laag.

Volgens de onderzoekers zouden luchtaanvallen en het gebruik van explosieven verboden moeten om de burgers te beschermen. Net die aanvallen zijn een van de oorzaken van de exodus uit Syrië, zo klinkt het.

Het Syrische conflict heeft al ongeveer 200.000 dodelijke slachtoffers geëist.