Michel: ‘De terreurdreiging is niet verdwenen’

Print

De Michels en de Obama’s. Foto: BELGA

Op een topbijeenkomst in New York over de strijd tegen Islamitische Staat heeft premier Charles Michel dinsdag gewaarschuwd voor de aanhoudende terreurdreiging. ‘We hebben vooruitgang geboekt, maar de dreiging is niet verdwenen’, verklaarde de eerste minister, die erop wees dat het voorbije jaar alleen al in België en Frankrijk elke maand een aanslag of poging tot aanslag plaatsvond.

Michel schoof dinsdag aan bij een top van de internationale coalitie tegen Islamitische Staat en gewelddadig extremisme die de Amerikaanse president Barack Obama ruim een jaar geleden lanceerde. Aan de top, in de marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, nemen 104 landen deel. Behalve een honderdtal staatshoofden en regeringsleiders zijn ook vertegenwoordigers van de civiele samenleving, het bedrijfsleven en religieuze kringen uitgenodigd.

Syriëstrijders

Tegen de achtergrond van de moordpartij in het Joods Museum in Brussel en de verijdelde aanslag in Verviers sprak Michel in zijn tussenkomst over het Belgische antwoord op het fenomeen van de ‘foreign fighters’. De voorbije jaren vertrokken zo’n 450 jongeren vanuit ons land om zich aan te sluiten bij jihadistische organisaties, met name in Syrië en Irak.

Het aantal vertrekkers vanuit België is intussen sterk gedaald. Michel wees erop dat de regering reizen en rekrutering voor terroristische doeleinden strafbaar heeft gesteld, de bijzondere onderzoeksmethodes heeft uitgebreid en het intrekken van paspoorten mogelijk heeft gemaakt. Toch is er geen reden tot juichen, waarschuwde hij. ‘De dreiging is niet verdwenen. Ze bestaat nog steeds.’

De leden van de meer dan zestig landen tellende coalitie, die naast westerse landen ook Afrikaanse landen als Nigeria en Arabische buurlanden van Syrië en Irak omvat, wisselen informatie en best practices uit. De 'foreign fighters' en hun mogelijke terugkeer stellen immers niet enkel België en andere Europese landen voor veiligheidsuitdagingen. Er zijn zo'n 20.000 buitenlanders actief op het strijdtoneel in Syrië en Irak. De meesten van hen komen uit Aziatische en Afrikaanse landen.

'Geen conventionele strijd'

De spectaculaire opmars van IS in Irak is gestuit sinds de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, België en andere partnerlanden in de zomer van vorig jaar een militair luchtoffensief lanceerden. Obama beklemtoonde in zijn openingswoord dat een zege op het slagveld niet zal volstaan. 'Dit is geen conventionele strijd. Dit is een campagne van lange adem, niet enkel tegen dit terreurnetwerk, maar tegen haar ideologie.'

'We moeten vermijden dat IS anderen radicaliseert, recruteert en inspireert tot geweld. Dat betekent dat we hun ideologie moeten verslaan. Dat gebeurt niet met geweren, maar met betere ideeën', zo stelde de Amerikaanse president. Hij wees onder meer op het belang van tegenboodschappen op internet, het opzetten van lokale partnerschappen met moslimgemeenschappen en het aanpakken van de politieke en economische grieven die mensen aanzetten om hun toevlucht te nemen tot extremisme.

Assad en Rusland

Obama maakte ook opnieuw duidelijk dat president Bashar al-Assad moet verdwijnen om IS in Syrië te verslaan. Het initiatief van de Amerikaanse president stuitte op zware kritiek bij Rusland, dat het regime in Damascus steunt en woensdag een bijeenkomst van de VN-Veiligheidsraad over het Midden-Oosten en terrorisme leidt. 'We zijn van mening dat alles volgens de regels moet verlopen, in het kader van de Verenigde Naties', zo werd de Russische VN-ambassadeur Vitali Tsjoerkin geciteerd door het persagentschap Ria Novosti.

De Franse buitenlandminister Laurent Fabius hekelde dan weer dat Rusland wel veel praat over de strijd tegen IS, maar in de praktijk nog geen aanvallen heeft uitgevoerd op de stellingen van de terreurbeweging. Frankrijk voerde het voorbije weekeinde als eerste Europees land bombardementen uit op Syrisch grondgebied.