Belgische loonkost verder gedaald

Print
Belgische loonkost verder gedaald

Foto: Photo News

België scoort ook volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) opnieuw goed voor de evolutie van de loonkost. In het tweede kwartaal daalde de loonkost per geproduceerde eenheid met 0,4 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. In de buurlanden is er net als in de meerderheid van de OESO-lidstaten een stijging.

Met de arbeidskost per eenheid product wordt de loonkost per werknemer bedoeld, afgezet tegen de productiviteit. Die arbeidskost bedraagt voor de lidstaten van de OESO 1 procent, net als voor de eurozone. De daling met 0,4 procent dankt België aan een lagere loonlast en hogere productiviteit.

De loonkloof met de buurlanden wordt volgens de OESO-definitie opnieuw kleiner. Voor Duitsland noteerde de internationale organisatie +0,5 procent en voor Frankrijk +0,4 procent. Voor Nederland is er geen cijfer. In het eerste kwartaal kende België een toename van 0,1 procent volgens de meest recente OESO-gegevens.

De dalende loonkost bevestigt het effect van de loonmatiging in ons land. Dit jaar kunnen de lonen niet stijgen volgens het akkoord van vakbonden en werkgevers - dat wel verworpen werd door het ABVV. Volgend jaar is er ruimte voor 0,8 procent opslag. De enige loonsverhoging is dus afkomstig van de baremieke verhogingen en dies meer.

Overigens speelt de aanhoudende lage infatie eveneens een grote rol. Hierdoor worden de lonen immers veel trager geïndexeerd aan de stijgende levensduurte. De eerder dit jaar besliste indexsprong van de federale regering speelt in deze cijfers hierdoor nog geen rol.

Ook in 2013 en 2014 konden de lonen niet stijgen, een beslissing van de vorige federale regering van Elio Di Rupo.

De cijfers zeggen iets over de evolutie, maar niet over de hoogte van de loonkost zelf. Die lag in 2014 volgens het Europese statistiekbureau Eurostat in de Europese Unie het hoogst in Denemarken, gevolgd door ons land.