Windenergie kan een vijfde van Belgisch elektriciteitsverbruik dekken

Print
Windenergie kan een vijfde van Belgisch elektriciteitsverbruik dekken

Foto: BELGAIMAGE

Windturbines op land en op zee kunnen binnen vijftien jaar instaan voor twintig procent van het Belgische elektriciteitsverbuik, tegen vijf procent vandaag. Dat blijkt uit nieuwe voorspellingen van EWEA, de vereniging van de Europese windindustrie.

Eind 2014 telde België 2.000 MW (gelijk aan twee kerncentrales) aan geïnstalleerd vermogen afkomstig van windenergie. Het gaat om windturbines op land (1.247 MW) en op zee (713 MW). Tegen 2020 zal dat oplopen tot 3.000 MW op land en 1.500 op zee. Tegen 2030 is, aldus EWEA, 7.800 MW haalbaar: 4.000 MW op land en 3.800 MW op zee. Daarmee kan een vijfde van het Belgische elektriciteitsverbruik worden gedekt.

Volgens ODE, de Organisatie voor Duurzame Energie, gaat het om realistische scenario’s. “De scenario’s voor de windmolens op land houden rekening met de huidige regels voor ruimtelijke ordening. Er wordt momenteel toch veel gebouwd in Vlaanderen, zeker in de havens van Antwerpen en Gent”, aldus algemeen directeur Bart Bode. Vierduizend MW aan geïnstalleerd vermogen op land komt overeen met twee turbines per gemeente tegen 2030.

Het scenario van 3.800 MW aan geïnstalleerd vermogen op zee houdt wel in dat er een nieuwe concessiezone in de Noordzee dient bij te komen. Daarover bestaan al studies, wetgevende initiatieven zijn er nog niet.

Volgens ODE zou de sector tegen 2030 goed zijn voor 50.000 à 60.000 directe en indirecte banen.

EWEA becijferde dat windenergie tegen 2030 kan instaan voor een kwart van het elektriciteitsverbruik in de Europese Unie.