vanmechelen op woensdag

0,1, 2, 3… 50

0,1, 2, 3… 50

Foto: LD

Een halve eeuw oud ben ik. En dat is ronduit fantastisch. Niet omdat het leven begint op je 50ste, zoals wel eens gezegd wordt. Iets dat ik, met alle respect, ‘larie en apekool’ vind. Het leven begint met het begin, in de geborgenheid van de baarmoeder, en het raast vanaf de geboorte elke dag door onze aderen. Het is niet te muilkorven en het heeft geen boodschap aan cijfertjes. Vijftig is geen volta.

Vijftig is top omdat je bevrijd bent van alle dingen die je als jong mens ketenen. Zoals de drang om te woekeren met energie en overal van te proeven omdat je nog niet weet wat je wilt en kunt. Vijftig is de leeftijd waarop je bucket list is gestorven. Je moét niet meer met een motor door Europa karren, als een 21ste-eeuwse Magellaan. Ook een selfie op de Himalaya hoeft echt niet meer. En die marathon kan maar is toch eerder iets voor veertigers.

Vijftig is een schone leeftijd omdat je met je bijeengesprokkelde bagage eindelijk dat kunt uitbouwen waarvoor je op deze planeet bent geworpen. De wilde haren zijn er nog maar worden grijzer en eieren waarop je zat te broeden, komen uit. Je belandt op een gewenste snelheid, je kan nog meer diepgang brengen in leven en denken. Je ontwikkeling als individu versmelt met je kennis van de wereld en tilt je op een universeler niveau. Beeldenstormer, kruisvaarder, ontdekkingsreiziger. Je kan over je schouder kijken en met flukse pas de toekomst in wandelen.

Op zijn 50ste, in 1502, maakte Leonardo Da Vinci een ontwerp voor een 240 m lange brug zonder tussenliggende pijlers over De Gouden Hoorn, een estuarium in Istanboel. Rond die tijd bedacht de man zijn meeste uitvindingen. Een toeval? Natuurlijk niet. Ook ik heb zo’n gevoel. Krak op de dag dat ik vijftig werd ging raar genoeg de eerste spade de grond in voor de uitbouw van mijn levenswerk La Biomista in Genk.

Heimwee, melancholie, daar heb ik geen last van. Mijn beperkingen zijn al lang afgeworpen. Ik weet wat ik niet en wel kan. Het leven is daardoor zoveel rijker geworden. En daarom ga ik nog lang niet, zoals Leonard Nolens schrijft, “de tuin in en verzwijgen ons in de kat, in het gras, in het kind”. Dat is geknipt voor eeuwelingen. Een vijftiger gaat de wereld in met op de ene schouder een arend, op de andere een kip. Zijn praten is nog maar net begonnen.