De Mysteries van de Holsteen, een relaas van sage en verhalen over Zonhoven

Print

Halveweg

Zonhoven - 145. Zonhoven aan de vooravond van de 20e eeuw (4)

De verteller troont mij mee, zoals Beatrice deed met D(ur)ante, Eloïse met Abélard, Candide met Voltaire. Ik laat mij meetronen, benieuwd waarheen dit leidt. Ontwikkelt dit mezelf of kapselt het mij beperkend in? Is dit schrijven het weerspiegelen van het leven of ga ik leven in een spiegel, de bespiegeling van mijn gedachtegang? Toch is het zo dat door dit schrijven en meeleven met de meesterverteller, aandacht groeit en waarheid open bloeit, wat die ook moge zijn. Zeurende muggen rond mijn hoofd of rond mijn hart, hardnekkige wespen of zinnelijke bloemen, schitterende sterren, blinkende verlokkingen allerhande. Kapsel mij maar in, lever mij maar over aan de leegte, laat mij maar afzien om de schraalheid van mijn woorden, zinnen, paragrafen… maar ik dwaal weer…
Grootva schetste dus in twee, drie woorden de situatie van Zonhoven aan het einde van de negentiende eeuw en vervolgde: “De opbloei van de landbouw en het groeiend aantal velden en weiden, gewonnen op de heide en de moerassen, verzekerde een gestage aangroei van de bevolking. Dit kon dank zij het feit dat de kinderen, een ze huwden, niet meer in het ouderhuis bleven uit angst voor armoede en ontbering, maar nu met gerust gemoed aan de slag konden gaan, ontginnen en na enkele jaren al, de vruchten van hun inspanning met grote zekerheid zouden plukken. Niet dat iedereen onverdeeld blij was met die ontginningsdrang! Zelfs de grote dichter Hilarion Thans (zie afbeelding) schreef dat de heide moest sterven uit geldzucht en nooddruft… Gelukkig bezong Guido Gezelle de pracht en praal van de grote verscheidenheid van wuivende graanvelden en welige weiden, resultaat van menselijke werkzaamheid en energie.”


Grootva Tunke Stes zweeg heel even als wou hij de noeste arbeid van de voorbije generaties alle eer aandoen door de opinie van voor- en tegenstanders te laten wegen in de stilte van het luisterend publiek. Steeds weer kwamen de mensen luisteren naar zijn verhalen die hij spontaan, vanuit een ongeziene bagage aan kennis vergaarde gedurende jaren van oplettendheid en feilloos geheugen. Zo herinner ik mij een discussie die wij samen hadden over het overlijdensjaar van Pieter van Paesschen, het grootste muzikale talent ooit uit de geschiedenis van Zonhoven en ofschoon ik ruim overtuigd was, wist ik heel heel stil van binnen dat grootva wel gelijk zou hebben. Wij opzoeken! In die tijd was er nog er nog heel internet natuurlijk en dan maar met de auto naar de bibliotheek van Hasselt, de nodige documenten samen gezocht en de koppen bijeen gestoken … en ja, wie had er gelijk? Grootva natuurlijk! 1887 met dag en datum, de 6de maart!
(wordt vervolgd)


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio