Schapenhouders trekken aan alarmbel na verbod op onverdoofd slachten

Print
Schapenhouders trekken aan alarmbel na verbod op onverdoofd slachten

Foto: Olaf Kraak

Het verbod op onverdoofd slachten op tijdelijke slachtvloeren betekent een dikke streep door de rekening van de schapenhouders. Zelfs in die mate dat een deel ervan de deuren zal moeten sluiten, zo waarschuwt de Vlaamse Schapenhouderij (VSH), de koepelvereniging voor de beroepsmatige schapenhouders dinsdag.

Vlaanderen telt amper honderd à tweehonderd beroepsmatige schapenhouders. De meeste doen dit als nevenberoep. Een 15 à 20-tal schapenhouders hebben er hun hoofdactiviteit van gemaakt, aldus VSH-voorziter André Calus.

Een deel van de schapenhouders heeft zelf een tijdelijke slachtvloer ingericht. Door het verbod op onverdoofd slachten op die tijdelijke slachtvloeren “wordt hun investering waardeloos”, argumenteert de sector.

Druk op de prijzen

Bovendien zorgt het verbod voor druk op de prijzen. Normaal kunnen tijdens het offerfeest prijzen worden gevraagd van 3 euro per kilogram voor slachtlammeren, tegen 2 euro à 2,30 euro aan een normale prijs. Door het wegvallen van de vraag kunnen de schapenhouders dus niet meer rekenen op die betere prijzen.

Daarom dreigt een “financiële strop” voor de beroepsmatige schapenhouders. Op korte termijn zal een deel de deuren moeten sluiten, vreest de sector.

De sector hekelt dan ook de “weinig doordachte” beslissing van minister van Dierenwelzijn Ben Weyts, en waarschuwt voor een toename van het illegaal slachten.