Boorputten van 3,6 km diep moeten regio Mol-Donk van warm water voorzien

Print
Boorputten van 3,6 km diep moeten regio Mol-Donk van warm water voorzien

Foto: Saskia Van Gestel

In aanwezigheid van een rist hoge gasten zijn maandag in Mol de boringen gestart voor de eerste diepte-geothermiecentrale in ons land. Bedoeling is warm water op te pompen en de energie te gebruiken als verwarmingsbron en eventueel om er elektriciteit mee te produceren. Dat meldt de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), dat het onderzoek leidt.

Verschillende Vlaamse ministers, maar ook voormalig Duits minister Wolfgang Clement en een vijftigkoppige Chinese delegatie, onder leiding van vicepremier Liu Yandong, kwamen maandag afgezakt naar de Balmatt-site in Mol. Met de boring wil het VITO het beschikbare debiet aan warm water op bijna vier kilometer diepte in de ondergrond meten. Op basis daarvan wordt een geothermiecentrale gebouwd.

De verwachtingen zijn hooggespannen, want zelfs in een minimale versie zou het volgens het VITO om één van de grootste centrales gaan in West-Europa. Dat is buiten IJsland en Italië gerekend, waar de diepe ondergrond nog beter geschikt is voor geothermie.

124 graden Celsius

VITO heeft de diepe ondergrond van de regio Mol in kaart gebracht tot op meer dan vier kilometer diepte. Volgens de resultaten van de metingen verwachten de onderzoekers op circa 3,6 kilometer diepte warm water te vinden, mogelijk zelfs 124 graden Celsius warm. Via twee boorputten willen ze dit warme water oppompen en het afgekoelde water terugpompen.

De onttrokken warmte zal worden gebruikt voor onder andere de verwarming van de VITO-gebouwen. Indien het water warm genoeg is, zal in een volgende fase getracht worden hiermee elektriciteit te produceren. Indien de omstandigheden in de ondergrond zeer gunstig zijn, kunnen nog twee tot drie boringen worden uitgevoerd. Daardoor kunnen ook bijvoorbeeld Mol-Donk en grote delen van de gemeente Dessel van warm water worden voorzien.

Prototype

VITO toonde de gasten ook een prototype van een innovatieve boorkop, van liefst zes meter lang en 300 kilo zwaar, die even snel in rots kan boren als in zand- en kalksteen. De boorkop heeft al gefunctioneerd tot op een diepte van 300 meter.

Tegen eind 2018 hoopt VITO de boortechnologie verder te ontwikkelen tot een diepte van vier à vijf kilometer diepte, en een omgevingstemperatuur van 240 graden Celsius. Daardoor zou diepe geothermie mogelijk worden in de rest van Vlaanderen doordat de boorkosten minstens gehalveerd worden.