Warm Limburg

Warm Limburg

Foto: HBVL

De federale ministerraad beslist vandaag over de vraag van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken naar 8.000 bijkomende opvangplaatsen voor vluchtelingen. Daarvan wil hij er 5.000 creëren via een openbare aanbesteding waarvoor ook de privésector kan inschrijven. Daarnaast wordt het eigen federale netwerk van opvangplaatsen uitgebreid met 3.000 bedden. Van die 3.000 opvangplaatsen komen er 1.400 naar Limburg: 120 in Lanaken, 500 in Leopoldsburg en zelfs 780 in Hechtel-Eksel. Daarmee wordt Limburg de provincie met de meeste opvangplaatsen voor asielzoekers. Nu zijn er immers al 1.598 plaatsen.

Dat men vanuit Brussel uitgebreid naar Limburg kijkt voor de inplanting van nieuwe opvangplaatsen, heeft te maken met het gegeven dat we een legerprovincie zijn. Of beter gezegd een legerprovincie waren. Als gevolg van de opeenvolgende legerhervormingen en besparingen op de begroting van Defensie, staan veel kazernes, opslagplaatsen en legerkwartieren leeg. Er is telkens ook heel veel ruimte. En ze liggen veelal niet in het centrum van de betrokken gemeenten. Kortom, het zijn ideale plaatsen voor een asielcentrum.

De vluchtelingenstroom houdt aan. De nood aan opvangplaatsen is groot. In Brussel staan ze met de rug tegen de muur. Enkel met een solidaire inspanning kan men dit probleem het hoofd bieden. Ook Limburg moet solidair zijn. Maar er moet ook oog zijn voor de verhoudingen. Een asielcentrum voor 780 personen in Eksel waar amper 5.000 personen wonen, is wel erg veel. Leopoldsburg, Hechtel-Eksel en Houthalen-Helchteren zijn samen goed voor 1.880 plaatsen. Ook hier zijn de verhoudingen zoek.

Er is meer. Eens ze erkend zijn als vluchteling, moeten asielzoekers in principe het asielcentrum verlaten. Veelal gebeurt dat na vier tot zes maanden. Daarna kunnen ze zich vestigen waar ze dat willen in heel België. Velen trekken naar de grote steden. Maar de ervaring na vorige asielcrisissen is dat ook veel erkende vluchtelingen in de gemeente van hun vluchtelingencentrum blijven en daar bij het OCMW aankloppen voor financiële en materiële steun en huisvesting. In een provincie die het economisch gesproken moeilijk heeft en kampt met hoge werkloosheidscijfers, ligt dat niet voor de hand. De Vlaamse en de federale regering moeten daar rekening mee houden en de betrokken gemeenten bijkomend financieel ondersteunen. En we moeten evolueren naar een evenwichtige spreiding van de erkende asielzoekers over het hele land. Er moet niet alleen solidariteit zijn tussen de EU-landen, die moet er ook zijn in eigen land.