Exodus

Print
Exodus

We werden de afgelopen dagen zwaar op proef gesteld. Het Europees model zelf staat voor de spiegel en wordt getest. De vluchtelingencrisis waarmee we worden geconfronteerd, is zonder twijfel de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog. En alles wordt samengevat in één iconisch beeld: de kleine Syrische jongen van drie die verdronken is, terwijl zijn moeder en vader met hem op de vlucht waren voor het oorlogsgeweld. Op zoek naar een beter leven, te pletter geslagen tegen de muren van Europa. Zo’n kleine jongen die sterft, dat bijt zich vast in je geheugen. Dit beeld raakt ons, omdat het een vriendje van onze eigen kinderen zou kunnen zijn.

Maar ons hart vergeet snel. En dan komt de vraag weer rauw op tafel wat we structureel kunnen en moeten doen. Het probleem is dat dit een situatie is zonder voorgaande. Brussel kan niet terugvallen op precedenten en er is geen noodplan dat klaar ligt. In zo’n situatie durven politici nogal eens paniekvoetbal spelen. Een hoger hek bij Calais, een muur in Hongarije, grotere asielcentra en militaire interventies. Uiteindelijk zijn het allemaal druppels op een hete plaat. Deze crisis kan niet worden aangepakt met enkele snelle ingrepen of goed bekkende slogans.

In dat kader moet ook de harde houding van staatssecretaris Theo Francken worden bekeken. Hij wil geen grote beloftes doen die straks niet kunnen worden waargemaakt. De Dienst Vreemdelingenzaken kan vandaag gewoon niet meer dan 250 dossiers aan, punt. Als dit dossier (eindelijk) ernstig wordt genomen, moet er meer gebeuren dan dat. Dit moet op Europees en zelfs op mondiaal vlak worden bekeken. Want hoe graag we het ook anders zouden willen, de stroom is nog maar net op gang gekomen. Het aantal oorlogsvluchtelingen wordt nu al geschat op 4 miljoen. Geen enkel centrum of land is groot genoeg om dat zomaar op te vangen.

Het moet dus anders. Eerst en vooral moeten alle landen hun duit in het zakje doen. Ook de voormalige Oostbloklanden en de Golfstaten. Anderzijds moet met Rusland, Iran en de VS bekeken worden of er een politieke oplossing kan worden gevonden. Tot slot kunnen nog concrete overgangsmaatregelen bekeken worden, zoals bijvoorbeeld de oprichting van antennes in Syrië, Libië en Irak, zoals premier Michel verder in deze krant voorstelt. Elk van die ingrepen zal een stukje van de puzzel oplossen. Ondertussen komt een massale solidariteit op gang. Een tikje naïef misschien, maar absoluut hartverwarmend. Het toont onze menselijkheid, maar het kan ons niet ontslaan van onze verantwoordelijkheid.